Hashtag Solotravel

Hoe bevalt het om alleen te reizen? Is het niet eenzaam? Mis je niet iemand om mee te overleggen? Of om je ervaringen mee te delen? Ja, natuurlijk mis ik iemand om mijn ervaringen mee te delen, en dan het meest diegene met wie ik ben getrouwd. En ik denk de hele tijd: ‘dit zou Wim mooi vinden, dit wil ik graag aan Wim laten zien.’ Maar eerlijk gezegd denk ik vaker; ‘oei, dit zou Wim helemaal niks vinden.’ En ik denk zelf dat hij het ook heel fijn vindt dar hij thuis is gebleven en lekker op wintersport gaat.

Alleen reizen is veel vrijheid. Als iets met interessant lijkt (deelnemen aan het ochtendgebed met de monniken van Koyasan), dan zeg ik ja. Lijkt het me niks (fotoshoot in kimono), dan zeg ik nee. Ik maak een plan, en verander het weer. Ik ga naar buiten om het Peace Memorial museum over de atoombom in Hiroshima te bezoeken, bedenk me, en loop naar het metrostation voor een metro naar een ferry en een eiland. De trein gaat elk uur, de hostels zijn halfvol, het is laagseizoen. Ik weet wat ik kan eten, en zeg: “bejitarian des”, ik ben vegetarisch. Soms sturen ze me weg, want ze hebben niks zonder vlees. Soms is er een heel tofurestaurant.

Heel veel supermarkten zijn 24 uur per dag open, dus je zit ook nooit zonder eten, google maps werkt, ik lig op schema met mijn budget. Mijn railpass is geactiveerd, dus ik kan zeven dagen onbeperkt door Japan reizen met de trein. Wie doet me wat. Ik maakte deze hele blije foto in een skiliftje op het eiland Miyajima, vlak bij Hiroshima.

Blij ei in een liftje

Maar dan.

Maar dan. Loop je boven op die berg, door eeuwenoud regenwoud, over rotsen en trappetjes. En je hoort andere voetstappen, maar zodra je even stopt om van het uitzicht te genieten, stoppen die andere voetstappen ook. Heel vreemd. Ik was van plan om de wandelroute (categorie: easy) naar beneden te nemen. Maar alle andere mensen die daar bovenaan die berg zijn nemen weer het liftje terug. Dus dan ben ik een makkelijke prooi, met mijn gammele knieën en mijn zelfverdedigingscursus van vier lessen. Ik test het uit, stop nog een keer, en nog een keer, ik stop op onwaarschijnlijke plaatsen, en de man 50 meter achter me gaat naar het uitzicht kijken, of een bordje lezen. We komen bij de splitsing, ik moet kiezen tussen het liftje en de eenzame wandelroute naar beneden. De man achter me wacht. Ik kies voor het liftje.

Ik had maar een enkeltje, en moet nu een nieuw kaartje kopen om naar beneden te gaan. Het kost maar een tientje, maar ik heb toch het gevoel dat mannen deze keuze niet vaak hoeven te maken. In de wachtruimte van de lift verschuilt de man zich achter een pilaar. Ik ben boos. Ik wilde naar beneden lopen. De route zou nog meer tempels hebben en rotsen en oude bomen.

De mogelijkheid om hem aan te spreken is in me opgekomen, maar wat als het een lieve verlegen man is die gewoon geen gedag durft te zeggen? En dan zit ik daar nog de hele reis naar beneden bij hem in de lift. Het is een grote man, met een vriendelijk gezicht. Ik denk dat hij Japans is, en een jaar of 40. Ik zou pas bereid zijn om de wandelroute te lopen als ik hem fysiek in dat liftwagentje naar beneden zie zitten. Maar de lift gaat om het kwartier, en ik ben nu toch al op het liftstation. En misschien was het al niet zo’n goed idee om die hele berg naar beneden te lopen met die gammele knieën van me. Ik hoor het mijn vader in mijn hoofd zeggen: “Zou je dat nou wel doen, met jouw knieën? Neem toch lekker de kabelbaan naar beneden.”

De lift naar beneden bestaat uit twee delen. Één grote cabine, waar je met 30 personen in past, en dan overstappen op kleine skiliftjes, waar 6 personen per keer in passen. In de grote cabine zitten de man, ik, een paar Japanners, drie Duitsers, en een brits gezin. De kinderen van het gezin zitten elkaar de he-le tijd te treiteren. Vader is boos, moeder is moe. Op weg naar het kleine kabelbaantje spreek ik ze aan. “Are you allright? Mijn zusje en ik hadden ook heel vaak ruzie toen ik klein was.” “And now?” Vraagt de moeder van het stel hoopvol. “En nu gaat het helemaal goed.” We kunnen drie dagen samen een marktkraam runnen op een druk festival, en geen ruzie krijgen. Ze heten Nick en Fiona, en ze nemen hun twee kinderen van 9 en 11 een half jaar mee op reis door Azië. Dit is pas week drie, en ik zie dat ze er tegenop zien. Ik mag bij hun in het liftje, we hebben een gezellig gesprek, de kinderen zijn even afgeleid van het treiteren. Ik ben even afgeleid van het gedoe in mijn hoofd. Beneden nemen we afscheid, en de man is weg. Ik kom hem nog heel even tegen in het dorpje beneden aan de berg. Maar zodra ik hem zie snelwandel ik met mijn lange benen naar de ferry. En daar zat hij niet op.

Japan is een van de veiligste landen ter wereld om alleen te reizen, ook voor vrouwen. Behalve als je zelf in een gevecht of iets illegaals verwikkeld raakt, dan ben je de pineut. Alleen eten is ook geen enkel probleem, want de lunchtentjes en restaurants zijn ingericht op eenzame eters. Veel Japanners eten alleen, wonen alleen, reizen alleen. En ik voel me hier heel comfortabel. Ik kan bijna helemaal gaan en staan waar ik wil. Op dit moment zit ik in de trein naar Nagasaki. Op het moment van vetrek uit Hiroshima heb ik besloten dat ik daar heen zou gaan. En ik zag iets vreemds op de kaart. Één van de plaatsjes heet “Huis ten Bosch”. Daar ben ik nu eens nieuwsgierig naar.

Leave a comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: