WeMakeThe.City / Beverwijk is geopend

Op maandag 15 juni opende wethouder Ferraro de online stadsconferentie officieel. Tot en met 30 juni is er elke dag een spreker, online evenement of artikel rondom de centrale vraag: “Hoe brengen we meer creativiteit en innovatie naar het Beverwijkse bedrijventerrein?”

Hier vind je meer informatie over de conferentie en het programma.

Op avontuur in het park met digitaal festival

Kunsdt Festival in Beverwijk is een feestje dat er tegelijkertijd wel en niet is. De oprichters hebben het zo gemaakt dat je in je eigen tijdsslot optredens en avonturen kan beleven, waardoor je je prima aan de 1,5 meter afstand kan houden, en niemand tot last bent.

Continue reading “Op avontuur in het park met digitaal festival”

Ministers van de Toekomst van dit stukje Beverwijk

Geïnspireerd door Floor Ziegler van Stadmakers online, ben ik in de buurt van de broedplaats in Beverwijk op zoek gegaan naar ministers van de toekomst. Ik had twee uur, en dacht ik dat ik echt zeeën van tijd had om mensen te interviewen, maar ministers waren niet makkelijk te vinden! Laat staan ministers die iets wilden veranderen. Toch maar terug gelopen naar de broedplaats om mijn portemonnee op te halen, dan kon ik tenminste een ijsje kopen voor mezelf. Eenmaal binnen liep ik vanzelf tegen deze ministers aan. Het moest zo zijn vandaag, ik probeer het buiten nog wel een keer. In de toekomst van deze ministers hebben we minder gezeik, meer bewustzijn en betekenis, en vinden we onszelf opnieuw uit!

Minister van minder gezeik

Bij deze man zit het hart in het midden. Ofwel, op de juiste plek.
Continue reading “Ministers van de Toekomst van dit stukje Beverwijk”

WeMakeThe.City/Beverwijk verplaatst naar online en naar buiten!

Naar aanleiding van de enquête die onder de bedrijven op het bedrijventerrein is verspreid, verplaatsen we WeMakeThe.City/Beverwijk, de conferentie over de toekomst van het Beverwijkse bedrijventerrein, naar online, met een afsluitende borrel na 1 juli, in de buitenlucht.

Het grootste gedeelte van de ondernemers wil elkaar gewoon in het echt zien. Het is natuurlijk ook vreemd, we zijn in het echt buren! Het zal een mooi experiment worden, om na 1 juli een plek zo in te richten dat we op 1,5 meter afstand veilig met elkaar kunnen borrelen. En dat sluit goed aan op de hoofdvraag waar de meeste ondernemers achter stonden: 

Hoe brengen we meer innovatie & creativiteit naar het Beverwijkse bedrijventerrein?

De sprekers, die op onze conferentie te gast zouden zijn, worden vervangen door online brainstormsessies, en we nemen online interviews op via Zoom. Zo hebben we ook wat om over te praten tijdens de borrel! 

Kijk voor meer informatie op: https://www.broedmachine.cc/wat-is-de-broedmachine/wemakethecity/

WeMakeThe.City Beverwijk

De Broedmachine doet mee aan WeMakeThe.City, het festival dat steden beter maakt. In eerste instantie hadden we een stadsconferentie gepland op 14 juni, over de toekomst van ons stukje stad, de Parallelweg en de Pijp. Maar nu weten we het allemaal niet meer zo zeker. Wat is er nodig in tijden van crisis? Wie zijn de winnaars en verliezers in ons stukje stad? En wie springt er in het gat dat ontstaat? Hoe kunnen wij als broedplaats bijdragen met creatieve ideeën? Daar denken we nu over na, en alle ideeën zijn welkom.

Wordt het een website? Een online conferentie? Een radio show? Wat is er nodig? Wat mist?

Maar hou die middag van 14 juni maar wel vrij, want áls we naar buiten mogen, kunnen we tenminste samen komen en horen hoe het gaat. U bent welkom bij de Broedmachine.

Dit initiatief wordt georganiseerd in samenwerking met de gemeente Beverwijk, de Beverwijkse Lente en Stichting Bedrijventerrein.

Negen regels voor een nieuwsgierigheidsreis

Ik ben de afgelopen drie weken door Japan gereisd met het doel om mijn nieuwsgierigheid te volgen. De eerste week ging hartstikke lekker, tegen het einde van de tweede week raakte ik een beetje verstrikt in mijn eigen idee.

In plaats van elke dag naar buiten te gaan met een open blik en geen idee van wat de dag me kon bieden, raakte ik steeds meer afgeleid door alles wat er te doen is, en hoe weinig dagen ik nog maar had. Daarbij raakte ik gefrustreerd door ‘verspilde’ tijd. Ik zal bijvoorbeeld twee uur extra op een ferryboot om van de tweede stad van het eiland naar de hoofdstad van het eiland te varen om de volgende dag weer een bus te nemen van 2,5 uur naar die tweede stad. Ook heb ik het Nederlandse themapark Huis ten Bosch alleen van buiten gezien, omdat ik verkeerd had gelezen hoe duur de entree zou zijn, en ik echt geen zin had om 70 euro te betalen om ‘klein Nederland’ te kunnen zien terwijl ik zelf potjandorie uit dat pittoreske landje kom. Die ‘tijdsverspilling’ kostte een uur of 4, versterkt door het feit dat ik een station te vroeg was uitgestapt en nu naar station Huis ten Bosch moest lopen met de hele backpackparade op mijn rug.

Mijn oma zei nog, aan de telefoon; “sleep je die rugtas dan overal met je mee?’ Ik liep daar met mijn rugtas en ik dacht aan het antwoord dat ik gegeven had: “Nee hoor, ik doe alles met het openbaar vervoer, en anders huur ik een locker.” Dat ging nu dus even niet op. Ik had wel een uniek uitzicht op het grootste hotel in het Nederlandse themapark vanuit het kleine Japanse dorpje. Het hotel is gemaakt naar een uit de kluiten gewassen model van het centraal station. En ik liep daar tussen kleine houten huisjes en moestuintjes.

In ieder geval, het punt is, ik hield me niet aan het doel van de reis. Dat was om mijn nieuwsgierigheid te volgen. Dus bij deze: negen regels waarmee je jouw reis, dag of week tot een succes kan maken. Ook als het mislukt.

  1. Plan niks
    Plan niks, behalve die dingen die gepland moeten worden. In mijn geval was dat de vliegreis, maar het zou ook kunnen dat je een paraplu meeneemt op een dag dat het zou kunnen gaan regenen.
  2. Zorg voor een kansrijke omgeving
    Ik was in Japan in januari: laagseizoen! In elke stad of dorp waar ik was kon ik een betaalbare slaapplaats vinden, en bezienswaardigheden waren stukken minder druk dan in de rest van het jaar. Andere kansrijke plekken kunnen zijn: een leuke stad, buiten het weekend, een stadje waar niemand ooit van gehoord heeft, of een natuurgebied met veel verschillende paden.
  3. Sla de voorpret niet over
    In mijn geval heb ik veel tv shows over Japan gekeken (Japanology Plus) en heb ik Japans proberen te leren met de app Duolingo. Ik heb zelfs een boek gekocht om te proberen Japans te leren lezen! En dat meegenomen! En geen één keer open gedaan. Maar goed, dat ben ik, ik weet niet wat jij leuk vindt of wat jij graag wil leren. Misschien wil jij wel meer weten over de geschiedenis van een plaats voor je er geen gaat, of over de specialiteiten van de lokale keuken. Let op! Valkuil! Geen restaurants opzoeken en vergelijken.
  4. Niet vergelijken
    Dat is een mooi bruggetje naar regel 4. Niet vergelijken! Zie je een leuk restaurant met gerechten binnen je budget? Ga naar binnen. Heeft het hostel op je computerscherm een goede score voor hygiëne en is het dicht bij het OV? Doen. Boeken, en niet meer terugkijken. Niet op Instagram kijken wat anderen in deze plaats hebben gedaan, geen reisgids kopen, niet dubben over het beste restaurant. Gewoon gaan.
  5. Ga alleen
    Dat was voor mij in ieder geval essentieel. Geen anderen om rekening mee te houden. Geen sociale druk om iets leuks te vinden, geen compromis. Alles zelf beslissen, en van alles zelf de consequenties aanvaarden. Ik kan me best voorstellen dat je deze type reis met z’n tweeën doet, maar dan bepaalt de één de ene dag, en de ander de andere. En geen suggesties of geklaag! Het kan natuurlijk ook een dag zijn. Deze maand neem ik jou een dag mee uit, en de volgende maand jij mij.
  6. Glimlach
    Per ongeluk de verkeerde bus genomen? Glimlach. Voor de vijfde keer op een dag horen dat je zo lang of zo blond bent? Glimlach. De serveerster komt met een vork aanzetten omdat je loopt te klooien met je eetstokjes? Glimlach.
    Echt, dit ga ik in Nederland ook doorzetten. Zo veel beter dan; “goh, nog nooit gehoord, echt vind je me lang?” Gewoon een glimlach: “Ja, lang hè? Wel 1.90. Jahaaa. Dat ben ik. Lang. Fijne dag verder! Iedereen blij.”
  7. Stel je verwachtingen bij
    Geen verwachtingen gaat natuurlijk niet. Je hebt altijd verwachtingen. Ik verwachtte bijvoorbeeld overal vending machines (verkoop automaten) te zien met de vreemdste etenswaren en producten om te kopen. Maar ik heb toch echt alleen vending machines gezien met drankjes er in. Vreemde drankjes, dat wel, maar geen brood, pizza of noodles, eieren of bananen. Dat heb ik alleen op tv gezien.
    Ik verwachtte ook leuke mensen tegen te komen, of tenminste andere Nederlandssprekenden, en dat je dan samen iets gaat doen. Ik ben nul Hollanders tegengekomen, helemaal geen een. En alle leuke en lieve mensen die ik tegenkwam heb ik snel weer verlaten omdat ik helemaal geen geduld had en liever in mijn eentje verder reisde.
  8. Deel je verhaal
    Deel je verhaal! Want na naast insta-perfect moet er ook insta-mislukt zijn! Anders krijgen we allemaal zo’n onrealistisch idee van de wereld en onze vrienden die wel allemaal een perfect leven hebben. Help elkaar om niet alles te laten lukken. Je hoeft het niet op Social media te delen, vertel het je vrienden! Maak een tekening, of een fotoalbum. Leuk.
  9. Accepteer mislukkingen
    Nou ja, hoe kan het eigenlijk mislukken. Volg je nieuwsgierigheid werkt altijd. Omdat je geen plan, en geen verwachtingen hebt. De verkeerde bus heeft vast ook mooie uitzichten, en anders had je die niet gezien. Ja toch.

Simpel zat toch! In het kort: gewoon gaan, gewoon doen! Niet te veel kiezen, en niet te veel klagen. Ik kan het iedereen aanraden.

Kijk ook maar eens mijn insta-story, dan zie je wat ik bedoel.

Een ontmoeting met iemand uit China

Op het moment zit ik in een heel vreemd hostel. Het lijkt een beetje op een Wes Anderson film, en het heet: Yanbaru hostel. De eigenaar had een visie: luxe in de middle of nowhere. Een plek om je thuis te voelen. Er is een club beneden, met een pooltafel, bibliotheek, tafeltennis, een podium en een bar, en daar zitten hoogstens twee gasten. Heel vreemd moet ik zeggen. Je ziet hier niemand op straat, voor 8 euro heb je heerlijk avondeten in een restaurantje waar je de enige bent, en dan ineens zo’n luxe hostel. Ik ben ook de enige in mijn vierpersoonskamer met stapelbedden.  Dat maakt het feit dat ik net niet in het bed pas weer goed.

Gister ging ik de straat op om een plekje te zoeken om te gaan eten, en ik kwam iemand tegen die de kaart van het dorpje bijna tegen zijn neus gedrukt had. Met behulp van de zaklamp op zijn  telefoon probeerde hij de restaurantjes op de kaart te vinden. Hij kwam uit China. Ik heb zijn naam niet onthouden. Ik kan niet eens ‘dankjewel’ zeggen in Mandarijn Chinees. Zelfs niet na 20 pogingen. Het is zo’n onbekende taal. De Chinees had een bril, een gehoorapparaat, of misschien een soort draadloze hoofdtelefoon die ik niet ken, en zijn haar hing voor zijn ogen. Hij wist waar er iets open was, en aangezien ik alleen nog maar uitgestorven dorp gezien had, ging ik mee.

Hij stuurde ons naar een café waar ik elke dag terug zou willen komen, met soulfood, huisgemaakte ginger ale, veel vegetarische gerechten, en Jack Johnson op de speakers. De eigenaar zag er uit alsof hij de hele dag op zijn surfboard had gestaan, en hij bood ons een menu in het Engels, mét plaatjes.

Mijn Chinese tafelgenoot communiceerde bijna alleen via zijn telefoon. Je moet je voorstellen dat hij dan ongeveer een halve minuut Mandarijn tegen zijn telefoon inspreekt, dan duurt het even, en dan spreekt de telefoon Engels tegen mij. Hij kon zelf enkele woordjes Engels verzinnen, maar durfde niet goed. “If we make a mistake, my teacher hit me”; zei hij. Ik moet zeggen dat ik via de telefoon toch meer begreep. Het maakte hem trouwens niet uit, hij vertelde honderduit:

Hij liet me foto’s zien van zijn leven. Heel veel vergaderingen en meetings, afgewisseld met marathons, American Football en fietsen. En zijn zoontje van drie. Hij zei; ‘in april ga ik de marathon rennen in Jerusalem, Hoe denk ik dat de situatie daar is?’ en; “Ik ben bang dat ik niet meer naar huis kan vanwege het virus in Wuhan. Heb je daar over gehoord?”

De Chinees deed een fietstocht rond Okinawa. Zijn vrouw en kind had hij in de hoofdstad van Okinawa gelaten, want hij had maar 9 vakantiedagen en hij moest toch een keer fietsen. Hij ging door, volzinnen in het Mandarijn tegen de telefoon, en dan naar mij:

“Mensen in China kunnen niet spelen. Zij kunnen alleen maar werken. Chinezen hebben geen idee hoe ze hun vrije tijd moeten inrichten. Ze kunnen alleen maar werken en rusten. Ik ga fietsen, ik ga sporten, jij denkt misschien dat het belachelijk is, maar mensen weten echt niet hoe dat moet.”

Ik kan alleen maar knikken, ik heb het gezien op TV, bij Chinese Dromen van Ruben Terlou. Een prachtig programma, waarbij ik elke keer weer versteld sta van de andere kijk op het leven die mensen in China soms hebben. Mijn tafelgenoot gaat verder:

“We moeten zo hard werken dat we geen vrije tijd hebben, dat begint al op school. Je kan niet vrij nadenken. Hong Kong is nu in het nieuws, maar in China kan je het nieuws niet lezen. Je leest alleen maar: ‘mensen in Hongkong zijn irrationeel’. Niemand leest de waarheid. Mensen geven er ook niks om. Ze werken veel te hard om na te denken hoe het echt zit. Mensen zijn helemaal lam geslagen.”

Ik heb ondertussen zeewierpannekoek besteld, en de huisgemaakte ginger ale. De Chinees bestelt noedels, en ik ben meteen bang dat ik straks tegenover een heel concert zit, niet alleen heel hard de hele tijd in zijn telefoon pratend, maar ook die noedels slurpend. Dat is de correcte manier van noedels eten, want door dat slurpen koelen ze meteen een beetje af. Handig, maar het is mij nog niet gelukt.

Ondertussen vertelt mijn tafelgenoot door: “Daarom krijgt ook niemand meer kinderen. We willen onze kinderen niet hetzelfde leven geven dat wij hebben. De Chinese bevolking daalt, en dat kwam door de één kind politiek. Maar nu die is afgeschaft, willen we geen kinderen meer krijgen. Ik wens mijn zoon van drie een betere toekomst dan het leven dat ik heb. Ik kan niks doen. Ik moet hem beschermen, klaar maken voor het leven.”

We hebben het eten gekregen, en de Chinees slurpt heel erg zachtjes. Mijn verwachtingen kloppen dus niet, hij houdt rekening met zijn internationale gezelschap. Wil je niet verhuizen? Probeer ik. Heb je andere vrienden die er net zo over denken? Hij zegt: “Nee, ik ken niemand die er ook zo over denkt. Eerlijk gezegd, mensen denken niet na, ze zijn te moe van het harde werken.” Ik denk dat hij er gewoon met niemand over praat. Dat lijkt me in China sowieso niet zo handig. Ik vraag me af of hij niet bang is dat zijn vertaalapp op zijn telefoon wordt afgeluisterd, dat er wordt meegelezen. Maar er is geen mogelijkheid om hem die vraag uit te leggen, en anders moet ik hem zelf inspreken in die vertaalapp van hem.

En dan ineens, is het afgelopen: “Ok, we gaan. Nee nee je mag niet meebetalen, in China is een vrouw die mee betaalt een belediging voor de man.” Met al mijn trainingen in interculturele communicatie moet ik wel instemmen, gelukkig was het geen duur restaurant. We lopen terug, de man zegt: “Ik ga slapen, dag.” Ik probeer nog een keer dankjewel in het Chinees te zeggen. Maar hij verstaat me niet.

Stuur ANNNA naar het songfestival

Ha! ANNNA is in de race om naar het songfestival te gaan! En ook al ben ik niet dezelfde ANNNA, ik ben 100% voor. Haar nummers gaan over de vervuiling van de kledingindustrie. Ze draagt zelf alleen maar eerlijke mode. En ik ook! Ik koop alleen maar tweedehands of fairtrade, en zoals ANNNA’s lied over Polyester gaat, zo heb ik in Beverwijk een project met HDPE!

Anna Madara Pērkone (ook nog ook uit Amsterdam!) doet op 8 februari mee aan de voorrondes in Letland. En wij kunnen als Nederlanders ook meestemmen in die voorronde. In de gaten houden dus!

En ja, ik ben nog steeds in Japan, en trouwens, ze hebben hier heel veel plastic. Bij elk wissewasje krijg je een plastic tasje en een servetje verpakt in plastic. Niet ok. Maar ik zat even vast, wist heel even niet wat ik moest schrijven, liet ook mijn eigen regels los, dus morgen meer over de reis. Nu even die andere ANNNA!

Ik hoop dat je vindt wat je zoekt

Ik kreeg een heel lief berichtje van een nicht: “Ik hoop dat je vindt wat je zoekt.” Lief, maar volgens mij heb ik heb allang al gevonden wat ik zocht. Vrijheid, ruimte om na te denken, om te ademen, om los te laten en te beslissen. Dus het is gelukt hoor! Gevonden wat ik zocht. Ik heb mijn leven gewoon even op pauze gezet. Dat wil iedereen toch wel eens? Gewoon even die pauze knop indrukken. Jij denkt vast ook wel eens: “Even stil staan iedereen, dan kan ik even nadenken. Even ademen, even niks.”

Dit was gister in Unzen. Meer Unzen foto’s op mijn instagram.

Ik heb dus ook niks gepland! Daardoor heb ik ook veel verwachtingen kunnen los laten. Als ik wat mis, dan mis ik dat, maar dan weet ik het meestal ook niet. En dat scheelt. Als je een reisgids hebt met allerlei mogelijkheden, dan moet je kiezen tussen het ene en het andere leuke. Natuurlijk zie ik achteraf iets moois waar ik meer tijd had willen doorbrengen, maar wie weet kom ik hier over 20 jaar nog een keer terug toch. Lijkt me mooi. Ik hoop dat we dan op zonne-energie vliegen. 

Halverwege de reis

Nu, na 10 dagen, is het eigenlijk wel genoeg. Ik heb mijn werk en zorgen aardig los kunnen laten, en de rijst komt me ondertussen ook wel de neus uit. Voor degenen die afgelopen winter de cursus Theory U samen met mij gevolgd hebben; ik zit onderaan de U. En ik heb nog 10 dagen!

De gave van Asjer Lev – interessant boek! Je kan hem niet van me lenen want hij gaat niet mee terug.

Het is niet dat ik me verveel: dit dikke boek sleep ik nu al anderhalve week met me mee, omdat ik nog een klein stukje moest lezen. Ik dacht; als ik het uit heb, dan laat ik het wel ergens in een hostel liggen. Ik kan niet gaan zitten lezen omdat het uitzicht overal zo ontzettend mooi is. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om in de trein een boek er bij te pakken als ik uitzicht heb op bergen, meren en oude boerderijen en tempels. Ik had iemand die vroeg wat ik van plan was in Japan verteld dat ik gewoon een beetje uit het raam ging staren van de trein. Diegene mompelde iets van “dat kan toch ook gewoon in Nederland.” Maar kijk dan:

Ik selecteer de treinen ook niet op mooi uitzicht, ik bepaal gewoon per dag waar ik ongeveer heen wil, en dan kijk ik uit het raam. Ik heb niks gepland. Ik heb wel de juiste voorwaarden om dat plan tot een succes te maken. Januari in Japan is laagseizoen, dat betekent heel weinig toeristen, je kan (bijna) alles een dag van tevoren boeken. Dat is ook één van de redenen dat ik het boek nog niet uit heb. Om elke dag te bepalen wat je de volgende dag gaat doen is best veel werk! Hostel of guesthouse uitzoeken, treinverbinding zoeken, tussenstops bepalen, of niet. Misschien is het wel goed dat ik straks verplicht 26 uur op een ferryboot zit om bij mijn vlucht naar huis te kunnen komen (ik vlieg terug vanaf Okinawa, een eilandengroep in het zuiden), even uitrusten. Even mijn boek uitlezen!

PS. Heb je gezien dat mijn Japan filmpjes heb ge-update? Kijk hier!

Hashtag Solotravel

Hoe bevalt het om alleen te reizen? Is het niet eenzaam? Mis je niet iemand om mee te overleggen? Of om je ervaringen mee te delen? Ja, natuurlijk mis ik iemand om mijn ervaringen mee te delen, en dan het meest diegene met wie ik ben getrouwd. En ik denk de hele tijd: ‘dit zou Wim mooi vinden, dit wil ik graag aan Wim laten zien.’ Maar eerlijk gezegd denk ik vaker; ‘oei, dit zou Wim helemaal niks vinden.’ En ik denk zelf dat hij het ook heel fijn vindt dar hij thuis is gebleven en lekker op wintersport gaat.

Alleen reizen is veel vrijheid. Als iets met interessant lijkt (deelnemen aan het ochtendgebed met de monniken van Koyasan), dan zeg ik ja. Lijkt het me niks (fotoshoot in kimono), dan zeg ik nee. Ik maak een plan, en verander het weer. Ik ga naar buiten om het Peace Memorial museum over de atoombom in Hiroshima te bezoeken, bedenk me, en loop naar het metrostation voor een metro naar een ferry en een eiland. De trein gaat elk uur, de hostels zijn halfvol, het is laagseizoen. Ik weet wat ik kan eten, en zeg: “bejitarian des”, ik ben vegetarisch. Soms sturen ze me weg, want ze hebben niks zonder vlees. Soms is er een heel tofurestaurant.

Heel veel supermarkten zijn 24 uur per dag open, dus je zit ook nooit zonder eten, google maps werkt, ik lig op schema met mijn budget. Mijn railpass is geactiveerd, dus ik kan zeven dagen onbeperkt door Japan reizen met de trein. Wie doet me wat. Ik maakte deze hele blije foto in een skiliftje op het eiland Miyajima, vlak bij Hiroshima.

Blij ei in een liftje

Maar dan.

Maar dan. Loop je boven op die berg, door eeuwenoud regenwoud, over rotsen en trappetjes. En je hoort andere voetstappen, maar zodra je even stopt om van het uitzicht te genieten, stoppen die andere voetstappen ook. Heel vreemd. Ik was van plan om de wandelroute (categorie: easy) naar beneden te nemen. Maar alle andere mensen die daar bovenaan die berg zijn nemen weer het liftje terug. Dus dan ben ik een makkelijke prooi, met mijn gammele knieën en mijn zelfverdedigingscursus van vier lessen. Ik test het uit, stop nog een keer, en nog een keer, ik stop op onwaarschijnlijke plaatsen, en de man 50 meter achter me gaat naar het uitzicht kijken, of een bordje lezen. We komen bij de splitsing, ik moet kiezen tussen het liftje en de eenzame wandelroute naar beneden. De man achter me wacht. Ik kies voor het liftje.

Ik had maar een enkeltje, en moet nu een nieuw kaartje kopen om naar beneden te gaan. Het kost maar een tientje, maar ik heb toch het gevoel dat mannen deze keuze niet vaak hoeven te maken. In de wachtruimte van de lift verschuilt de man zich achter een pilaar. Ik ben boos. Ik wilde naar beneden lopen. De route zou nog meer tempels hebben en rotsen en oude bomen.

De mogelijkheid om hem aan te spreken is in me opgekomen, maar wat als het een lieve verlegen man is die gewoon geen gedag durft te zeggen? En dan zit ik daar nog de hele reis naar beneden bij hem in de lift. Het is een grote man, met een vriendelijk gezicht. Ik denk dat hij Japans is, en een jaar of 40. Ik zou pas bereid zijn om de wandelroute te lopen als ik hem fysiek in dat liftwagentje naar beneden zie zitten. Maar de lift gaat om het kwartier, en ik ben nu toch al op het liftstation. En misschien was het al niet zo’n goed idee om die hele berg naar beneden te lopen met die gammele knieën van me. Ik hoor het mijn vader in mijn hoofd zeggen: “Zou je dat nou wel doen, met jouw knieën? Neem toch lekker de kabelbaan naar beneden.”

De lift naar beneden bestaat uit twee delen. Één grote cabine, waar je met 30 personen in past, en dan overstappen op kleine skiliftjes, waar 6 personen per keer in passen. In de grote cabine zitten de man, ik, een paar Japanners, drie Duitsers, en een brits gezin. De kinderen van het gezin zitten elkaar de he-le tijd te treiteren. Vader is boos, moeder is moe. Op weg naar het kleine kabelbaantje spreek ik ze aan. “Are you allright? Mijn zusje en ik hadden ook heel vaak ruzie toen ik klein was.” “And now?” Vraagt de moeder van het stel hoopvol. “En nu gaat het helemaal goed.” We kunnen drie dagen samen een marktkraam runnen op een druk festival, en geen ruzie krijgen. Ze heten Nick en Fiona, en ze nemen hun twee kinderen van 9 en 11 een half jaar mee op reis door Azië. Dit is pas week drie, en ik zie dat ze er tegenop zien. Ik mag bij hun in het liftje, we hebben een gezellig gesprek, de kinderen zijn even afgeleid van het treiteren. Ik ben even afgeleid van het gedoe in mijn hoofd. Beneden nemen we afscheid, en de man is weg. Ik kom hem nog heel even tegen in het dorpje beneden aan de berg. Maar zodra ik hem zie snelwandel ik met mijn lange benen naar de ferry. En daar zat hij niet op.

Japan is een van de veiligste landen ter wereld om alleen te reizen, ook voor vrouwen. Behalve als je zelf in een gevecht of iets illegaals verwikkeld raakt, dan ben je de pineut. Alleen eten is ook geen enkel probleem, want de lunchtentjes en restaurants zijn ingericht op eenzame eters. Veel Japanners eten alleen, wonen alleen, reizen alleen. En ik voel me hier heel comfortabel. Ik kan bijna helemaal gaan en staan waar ik wil. Op dit moment zit ik in de trein naar Nagasaki. Op het moment van vetrek uit Hiroshima heb ik besloten dat ik daar heen zou gaan. En ik zag iets vreemds op de kaart. Één van de plaatsjes heet “Huis ten Bosch”. Daar ben ik nu eens nieuwsgierig naar.