Negen regels voor een nieuwsgierigheidsreis

Ik ben de afgelopen drie weken door Japan gereisd met het doel om mijn nieuwsgierigheid te volgen. De eerste week ging hartstikke lekker, tegen het einde van de tweede week raakte ik een beetje verstrikt in mijn eigen idee.

In plaats van elke dag naar buiten te gaan met een open blik en geen idee van wat de dag me kon bieden, raakte ik steeds meer afgeleid door alles wat er te doen is, en hoe weinig dagen ik nog maar had. Daarbij raakte ik gefrustreerd door ‘verspilde’ tijd. Ik zal bijvoorbeeld twee uur extra op een ferryboot om van de tweede stad van het eiland naar de hoofdstad van het eiland te varen om de volgende dag weer een bus te nemen van 2,5 uur naar die tweede stad. Ook heb ik het Nederlandse themapark Huis ten Bosch alleen van buiten gezien, omdat ik verkeerd had gelezen hoe duur de entree zou zijn, en ik echt geen zin had om 70 euro te betalen om ‘klein Nederland’ te kunnen zien terwijl ik zelf potjandorie uit dat pittoreske landje kom. Die ‘tijdsverspilling’ kostte een uur of 4, versterkt door het feit dat ik een station te vroeg was uitgestapt en nu naar station Huis ten Bosch moest lopen met de hele backpackparade op mijn rug.

Mijn oma zei nog, aan de telefoon; “sleep je die rugtas dan overal met je mee?’ Ik liep daar met mijn rugtas en ik dacht aan het antwoord dat ik gegeven had: “Nee hoor, ik doe alles met het openbaar vervoer, en anders huur ik een locker.” Dat ging nu dus even niet op. Ik had wel een uniek uitzicht op het grootste hotel in het Nederlandse themapark vanuit het kleine Japanse dorpje. Het hotel is gemaakt naar een uit de kluiten gewassen model van het centraal station. En ik liep daar tussen kleine houten huisjes en moestuintjes.

In ieder geval, het punt is, ik hield me niet aan het doel van de reis. Dat was om mijn nieuwsgierigheid te volgen. Dus bij deze: negen regels waarmee je jouw reis, dag of week tot een succes kan maken. Ook als het mislukt.

  1. Plan niks
    Plan niks, behalve die dingen die gepland moeten worden. In mijn geval was dat de vliegreis, maar het zou ook kunnen dat je een paraplu meeneemt op een dag dat het zou kunnen gaan regenen.
  2. Zorg voor een kansrijke omgeving
    Ik was in Japan in januari: laagseizoen! In elke stad of dorp waar ik was kon ik een betaalbare slaapplaats vinden, en bezienswaardigheden waren stukken minder druk dan in de rest van het jaar. Andere kansrijke plekken kunnen zijn: een leuke stad, buiten het weekend, een stadje waar niemand ooit van gehoord heeft, of een natuurgebied met veel verschillende paden.
  3. Sla de voorpret niet over
    In mijn geval heb ik veel tv shows over Japan gekeken (Japanology Plus) en heb ik Japans proberen te leren met de app Duolingo. Ik heb zelfs een boek gekocht om te proberen Japans te leren lezen! En dat meegenomen! En geen één keer open gedaan. Maar goed, dat ben ik, ik weet niet wat jij leuk vindt of wat jij graag wil leren. Misschien wil jij wel meer weten over de geschiedenis van een plaats voor je er geen gaat, of over de specialiteiten van de lokale keuken. Let op! Valkuil! Geen restaurants opzoeken en vergelijken.
  4. Niet vergelijken
    Dat is een mooi bruggetje naar regel 4. Niet vergelijken! Zie je een leuk restaurant met gerechten binnen je budget? Ga naar binnen. Heeft het hostel op je computerscherm een goede score voor hygiëne en is het dicht bij het OV? Doen. Boeken, en niet meer terugkijken. Niet op Instagram kijken wat anderen in deze plaats hebben gedaan, geen reisgids kopen, niet dubben over het beste restaurant. Gewoon gaan.
  5. Ga alleen
    Dat was voor mij in ieder geval essentieel. Geen anderen om rekening mee te houden. Geen sociale druk om iets leuks te vinden, geen compromis. Alles zelf beslissen, en van alles zelf de consequenties aanvaarden. Ik kan me best voorstellen dat je deze type reis met z’n tweeën doet, maar dan bepaalt de één de ene dag, en de ander de andere. En geen suggesties of geklaag! Het kan natuurlijk ook een dag zijn. Deze maand neem ik jou een dag mee uit, en de volgende maand jij mij.
  6. Glimlach
    Per ongeluk de verkeerde bus genomen? Glimlach. Voor de vijfde keer op een dag horen dat je zo lang of zo blond bent? Glimlach. De serveerster komt met een vork aanzetten omdat je loopt te klooien met je eetstokjes? Glimlach.
    Echt, dit ga ik in Nederland ook doorzetten. Zo veel beter dan; “goh, nog nooit gehoord, echt vind je me lang?” Gewoon een glimlach: “Ja, lang hè? Wel 1.90. Jahaaa. Dat ben ik. Lang. Fijne dag verder! Iedereen blij.”
  7. Stel je verwachtingen bij
    Geen verwachtingen gaat natuurlijk niet. Je hebt altijd verwachtingen. Ik verwachtte bijvoorbeeld overal vending machines (verkoop automaten) te zien met de vreemdste etenswaren en producten om te kopen. Maar ik heb toch echt alleen vending machines gezien met drankjes er in. Vreemde drankjes, dat wel, maar geen brood, pizza of noodles, eieren of bananen. Dat heb ik alleen op tv gezien.
    Ik verwachtte ook leuke mensen tegen te komen, of tenminste andere Nederlandssprekenden, en dat je dan samen iets gaat doen. Ik ben nul Hollanders tegengekomen, helemaal geen een. En alle leuke en lieve mensen die ik tegenkwam heb ik snel weer verlaten omdat ik helemaal geen geduld had en liever in mijn eentje verder reisde.
  8. Deel je verhaal
    Deel je verhaal! Want na naast insta-perfect moet er ook insta-mislukt zijn! Anders krijgen we allemaal zo’n onrealistisch idee van de wereld en onze vrienden die wel allemaal een perfect leven hebben. Help elkaar om niet alles te laten lukken. Je hoeft het niet op Social media te delen, vertel het je vrienden! Maak een tekening, of een fotoalbum. Leuk.
  9. Accepteer mislukkingen
    Nou ja, hoe kan het eigenlijk mislukken. Volg je nieuwsgierigheid werkt altijd. Omdat je geen plan, en geen verwachtingen hebt. De verkeerde bus heeft vast ook mooie uitzichten, en anders had je die niet gezien. Ja toch.

Simpel zat toch! In het kort: gewoon gaan, gewoon doen! Niet te veel kiezen, en niet te veel klagen. Ik kan het iedereen aanraden.

Kijk ook maar eens mijn insta-story, dan zie je wat ik bedoel.

Een ontmoeting met iemand uit China

Op het moment zit ik in een heel vreemd hostel. Het lijkt een beetje op een Wes Anderson film, en het heet: Yanbaru hostel. De eigenaar had een visie: luxe in de middle of nowhere. Een plek om je thuis te voelen. Er is een club beneden, met een pooltafel, bibliotheek, tafeltennis, een podium en een bar, en daar zitten hoogstens twee gasten. Heel vreemd moet ik zeggen. Je ziet hier niemand op straat, voor 8 euro heb je heerlijk avondeten in een restaurantje waar je de enige bent, en dan ineens zo’n luxe hostel. Ik ben ook de enige in mijn vierpersoonskamer met stapelbedden.  Dat maakt het feit dat ik net niet in het bed pas weer goed.

Gister ging ik de straat op om een plekje te zoeken om te gaan eten, en ik kwam iemand tegen die de kaart van het dorpje bijna tegen zijn neus gedrukt had. Met behulp van de zaklamp op zijn  telefoon probeerde hij de restaurantjes op de kaart te vinden. Hij kwam uit China. Ik heb zijn naam niet onthouden. Ik kan niet eens ‘dankjewel’ zeggen in Mandarijn Chinees. Zelfs niet na 20 pogingen. Het is zo’n onbekende taal. De Chinees had een bril, een gehoorapparaat, of misschien een soort draadloze hoofdtelefoon die ik niet ken, en zijn haar hing voor zijn ogen. Hij wist waar er iets open was, en aangezien ik alleen nog maar uitgestorven dorp gezien had, ging ik mee.

Hij stuurde ons naar een café waar ik elke dag terug zou willen komen, met soulfood, huisgemaakte ginger ale, veel vegetarische gerechten, en Jack Johnson op de speakers. De eigenaar zag er uit alsof hij de hele dag op zijn surfboard had gestaan, en hij bood ons een menu in het Engels, mét plaatjes.

Mijn Chinese tafelgenoot communiceerde bijna alleen via zijn telefoon. Je moet je voorstellen dat hij dan ongeveer een halve minuut Mandarijn tegen zijn telefoon inspreekt, dan duurt het even, en dan spreekt de telefoon Engels tegen mij. Hij kon zelf enkele woordjes Engels verzinnen, maar durfde niet goed. “If we make a mistake, my teacher hit me”; zei hij. Ik moet zeggen dat ik via de telefoon toch meer begreep. Het maakte hem trouwens niet uit, hij vertelde honderduit:

Hij liet me foto’s zien van zijn leven. Heel veel vergaderingen en meetings, afgewisseld met marathons, American Football en fietsen. En zijn zoontje van drie. Hij zei; ‘in april ga ik de marathon rennen in Jerusalem, Hoe denk ik dat de situatie daar is?’ en; “Ik ben bang dat ik niet meer naar huis kan vanwege het virus in Wuhan. Heb je daar over gehoord?”

De Chinees deed een fietstocht rond Okinawa. Zijn vrouw en kind had hij in de hoofdstad van Okinawa gelaten, want hij had maar 9 vakantiedagen en hij moest toch een keer fietsen. Hij ging door, volzinnen in het Mandarijn tegen de telefoon, en dan naar mij:

“Mensen in China kunnen niet spelen. Zij kunnen alleen maar werken. Chinezen hebben geen idee hoe ze hun vrije tijd moeten inrichten. Ze kunnen alleen maar werken en rusten. Ik ga fietsen, ik ga sporten, jij denkt misschien dat het belachelijk is, maar mensen weten echt niet hoe dat moet.”

Ik kan alleen maar knikken, ik heb het gezien op TV, bij Chinese Dromen van Ruben Terlou. Een prachtig programma, waarbij ik elke keer weer versteld sta van de andere kijk op het leven die mensen in China soms hebben. Mijn tafelgenoot gaat verder:

“We moeten zo hard werken dat we geen vrije tijd hebben, dat begint al op school. Je kan niet vrij nadenken. Hong Kong is nu in het nieuws, maar in China kan je het nieuws niet lezen. Je leest alleen maar: ‘mensen in Hongkong zijn irrationeel’. Niemand leest de waarheid. Mensen geven er ook niks om. Ze werken veel te hard om na te denken hoe het echt zit. Mensen zijn helemaal lam geslagen.”

Ik heb ondertussen zeewierpannekoek besteld, en de huisgemaakte ginger ale. De Chinees bestelt noedels, en ik ben meteen bang dat ik straks tegenover een heel concert zit, niet alleen heel hard de hele tijd in zijn telefoon pratend, maar ook die noedels slurpend. Dat is de correcte manier van noedels eten, want door dat slurpen koelen ze meteen een beetje af. Handig, maar het is mij nog niet gelukt.

Ondertussen vertelt mijn tafelgenoot door: “Daarom krijgt ook niemand meer kinderen. We willen onze kinderen niet hetzelfde leven geven dat wij hebben. De Chinese bevolking daalt, en dat kwam door de één kind politiek. Maar nu die is afgeschaft, willen we geen kinderen meer krijgen. Ik wens mijn zoon van drie een betere toekomst dan het leven dat ik heb. Ik kan niks doen. Ik moet hem beschermen, klaar maken voor het leven.”

We hebben het eten gekregen, en de Chinees slurpt heel erg zachtjes. Mijn verwachtingen kloppen dus niet, hij houdt rekening met zijn internationale gezelschap. Wil je niet verhuizen? Probeer ik. Heb je andere vrienden die er net zo over denken? Hij zegt: “Nee, ik ken niemand die er ook zo over denkt. Eerlijk gezegd, mensen denken niet na, ze zijn te moe van het harde werken.” Ik denk dat hij er gewoon met niemand over praat. Dat lijkt me in China sowieso niet zo handig. Ik vraag me af of hij niet bang is dat zijn vertaalapp op zijn telefoon wordt afgeluisterd, dat er wordt meegelezen. Maar er is geen mogelijkheid om hem die vraag uit te leggen, en anders moet ik hem zelf inspreken in die vertaalapp van hem.

En dan ineens, is het afgelopen: “Ok, we gaan. Nee nee je mag niet meebetalen, in China is een vrouw die mee betaalt een belediging voor de man.” Met al mijn trainingen in interculturele communicatie moet ik wel instemmen, gelukkig was het geen duur restaurant. We lopen terug, de man zegt: “Ik ga slapen, dag.” Ik probeer nog een keer dankjewel in het Chinees te zeggen. Maar hij verstaat me niet.

Stuur ANNNA naar het songfestival

Ha! ANNNA is in de race om naar het songfestival te gaan! En ook al ben ik niet dezelfde ANNNA, ik ben 100% voor. Haar nummers gaan over de vervuiling van de kledingindustrie. Ze draagt zelf alleen maar eerlijke mode. En ik ook! Ik koop alleen maar tweedehands of fairtrade, en zoals ANNNA’s lied over Polyester gaat, zo heb ik in Beverwijk een project met HDPE!

Anna Madara Pērkone (ook nog ook uit Amsterdam!) doet op 8 februari mee aan de voorrondes in Letland. En wij kunnen als Nederlanders ook meestemmen in die voorronde. In de gaten houden dus!

En ja, ik ben nog steeds in Japan, en trouwens, ze hebben hier heel veel plastic. Bij elk wissewasje krijg je een plastic tasje en een servetje verpakt in plastic. Niet ok. Maar ik zat even vast, wist heel even niet wat ik moest schrijven, liet ook mijn eigen regels los, dus morgen meer over de reis. Nu even die andere ANNNA!

Ik hoop dat je vindt wat je zoekt

Ik kreeg een heel lief berichtje van een nicht: “Ik hoop dat je vindt wat je zoekt.” Lief, maar volgens mij heb ik heb allang al gevonden wat ik zocht. Vrijheid, ruimte om na te denken, om te ademen, om los te laten en te beslissen. Dus het is gelukt hoor! Gevonden wat ik zocht. Ik heb mijn leven gewoon even op pauze gezet. Dat wil iedereen toch wel eens? Gewoon even die pauze knop indrukken. Jij denkt vast ook wel eens: “Even stil staan iedereen, dan kan ik even nadenken. Even ademen, even niks.”

Dit was gister in Unzen. Meer Unzen foto’s op mijn instagram.

Ik heb dus ook niks gepland! Daardoor heb ik ook veel verwachtingen kunnen los laten. Als ik wat mis, dan mis ik dat, maar dan weet ik het meestal ook niet. En dat scheelt. Als je een reisgids hebt met allerlei mogelijkheden, dan moet je kiezen tussen het ene en het andere leuke. Natuurlijk zie ik achteraf iets moois waar ik meer tijd had willen doorbrengen, maar wie weet kom ik hier over 20 jaar nog een keer terug toch. Lijkt me mooi. Ik hoop dat we dan op zonne-energie vliegen. 

Halverwege de reis

Nu, na 10 dagen, is het eigenlijk wel genoeg. Ik heb mijn werk en zorgen aardig los kunnen laten, en de rijst komt me ondertussen ook wel de neus uit. Voor degenen die afgelopen winter de cursus Theory U samen met mij gevolgd hebben; ik zit onderaan de U. En ik heb nog 10 dagen!

De gave van Asjer Lev – interessant boek! Je kan hem niet van me lenen want hij gaat niet mee terug.

Het is niet dat ik me verveel: dit dikke boek sleep ik nu al anderhalve week met me mee, omdat ik nog een klein stukje moest lezen. Ik dacht; als ik het uit heb, dan laat ik het wel ergens in een hostel liggen. Ik kan niet gaan zitten lezen omdat het uitzicht overal zo ontzettend mooi is. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om in de trein een boek er bij te pakken als ik uitzicht heb op bergen, meren en oude boerderijen en tempels. Ik had iemand die vroeg wat ik van plan was in Japan verteld dat ik gewoon een beetje uit het raam ging staren van de trein. Diegene mompelde iets van “dat kan toch ook gewoon in Nederland.” Maar kijk dan:

Ik selecteer de treinen ook niet op mooi uitzicht, ik bepaal gewoon per dag waar ik ongeveer heen wil, en dan kijk ik uit het raam. Ik heb niks gepland. Ik heb wel de juiste voorwaarden om dat plan tot een succes te maken. Januari in Japan is laagseizoen, dat betekent heel weinig toeristen, je kan (bijna) alles een dag van tevoren boeken. Dat is ook één van de redenen dat ik het boek nog niet uit heb. Om elke dag te bepalen wat je de volgende dag gaat doen is best veel werk! Hostel of guesthouse uitzoeken, treinverbinding zoeken, tussenstops bepalen, of niet. Misschien is het wel goed dat ik straks verplicht 26 uur op een ferryboot zit om bij mijn vlucht naar huis te kunnen komen (ik vlieg terug vanaf Okinawa, een eilandengroep in het zuiden), even uitrusten. Even mijn boek uitlezen!

PS. Heb je gezien dat mijn Japan filmpjes heb ge-update? Kijk hier!

Hashtag Solotravel

Hoe bevalt het om alleen te reizen? Is het niet eenzaam? Mis je niet iemand om mee te overleggen? Of om je ervaringen mee te delen? Ja, natuurlijk mis ik iemand om mijn ervaringen mee te delen, en dan het meest diegene met wie ik ben getrouwd. En ik denk de hele tijd: ‘dit zou Wim mooi vinden, dit wil ik graag aan Wim laten zien.’ Maar eerlijk gezegd denk ik vaker; ‘oei, dit zou Wim helemaal niks vinden.’ En ik denk zelf dat hij het ook heel fijn vindt dar hij thuis is gebleven en lekker op wintersport gaat.

Alleen reizen is veel vrijheid. Als iets met interessant lijkt (deelnemen aan het ochtendgebed met de monniken van Koyasan), dan zeg ik ja. Lijkt het me niks (fotoshoot in kimono), dan zeg ik nee. Ik maak een plan, en verander het weer. Ik ga naar buiten om het Peace Memorial museum over de atoombom in Hiroshima te bezoeken, bedenk me, en loop naar het metrostation voor een metro naar een ferry en een eiland. De trein gaat elk uur, de hostels zijn halfvol, het is laagseizoen. Ik weet wat ik kan eten, en zeg: “bejitarian des”, ik ben vegetarisch. Soms sturen ze me weg, want ze hebben niks zonder vlees. Soms is er een heel tofurestaurant.

Heel veel supermarkten zijn 24 uur per dag open, dus je zit ook nooit zonder eten, google maps werkt, ik lig op schema met mijn budget. Mijn railpass is geactiveerd, dus ik kan zeven dagen onbeperkt door Japan reizen met de trein. Wie doet me wat. Ik maakte deze hele blije foto in een skiliftje op het eiland Miyajima, vlak bij Hiroshima.

Blij ei in een liftje

Maar dan.

Maar dan. Loop je boven op die berg, door eeuwenoud regenwoud, over rotsen en trappetjes. En je hoort andere voetstappen, maar zodra je even stopt om van het uitzicht te genieten, stoppen die andere voetstappen ook. Heel vreemd. Ik was van plan om de wandelroute (categorie: easy) naar beneden te nemen. Maar alle andere mensen die daar bovenaan die berg zijn nemen weer het liftje terug. Dus dan ben ik een makkelijke prooi, met mijn gammele knieën en mijn zelfverdedigingscursus van vier lessen. Ik test het uit, stop nog een keer, en nog een keer, ik stop op onwaarschijnlijke plaatsen, en de man 50 meter achter me gaat naar het uitzicht kijken, of een bordje lezen. We komen bij de splitsing, ik moet kiezen tussen het liftje en de eenzame wandelroute naar beneden. De man achter me wacht. Ik kies voor het liftje.

Ik had maar een enkeltje, en moet nu een nieuw kaartje kopen om naar beneden te gaan. Het kost maar een tientje, maar ik heb toch het gevoel dat mannen deze keuze niet vaak hoeven te maken. In de wachtruimte van de lift verschuilt de man zich achter een pilaar. Ik ben boos. Ik wilde naar beneden lopen. De route zou nog meer tempels hebben en rotsen en oude bomen.

De mogelijkheid om hem aan te spreken is in me opgekomen, maar wat als het een lieve verlegen man is die gewoon geen gedag durft te zeggen? En dan zit ik daar nog de hele reis naar beneden bij hem in de lift. Het is een grote man, met een vriendelijk gezicht. Ik denk dat hij Japans is, en een jaar of 40. Ik zou pas bereid zijn om de wandelroute te lopen als ik hem fysiek in dat liftwagentje naar beneden zie zitten. Maar de lift gaat om het kwartier, en ik ben nu toch al op het liftstation. En misschien was het al niet zo’n goed idee om die hele berg naar beneden te lopen met die gammele knieën van me. Ik hoor het mijn vader in mijn hoofd zeggen: “Zou je dat nou wel doen, met jouw knieën? Neem toch lekker de kabelbaan naar beneden.”

De lift naar beneden bestaat uit twee delen. Één grote cabine, waar je met 30 personen in past, en dan overstappen op kleine skiliftjes, waar 6 personen per keer in passen. In de grote cabine zitten de man, ik, een paar Japanners, drie Duitsers, en een brits gezin. De kinderen van het gezin zitten elkaar de he-le tijd te treiteren. Vader is boos, moeder is moe. Op weg naar het kleine kabelbaantje spreek ik ze aan. “Are you allright? Mijn zusje en ik hadden ook heel vaak ruzie toen ik klein was.” “And now?” Vraagt de moeder van het stel hoopvol. “En nu gaat het helemaal goed.” We kunnen drie dagen samen een marktkraam runnen op een druk festival, en geen ruzie krijgen. Ze heten Nick en Fiona, en ze nemen hun twee kinderen van 9 en 11 een half jaar mee op reis door Azië. Dit is pas week drie, en ik zie dat ze er tegenop zien. Ik mag bij hun in het liftje, we hebben een gezellig gesprek, de kinderen zijn even afgeleid van het treiteren. Ik ben even afgeleid van het gedoe in mijn hoofd. Beneden nemen we afscheid, en de man is weg. Ik kom hem nog heel even tegen in het dorpje beneden aan de berg. Maar zodra ik hem zie snelwandel ik met mijn lange benen naar de ferry. En daar zat hij niet op.

Japan is een van de veiligste landen ter wereld om alleen te reizen, ook voor vrouwen. Behalve als je zelf in een gevecht of iets illegaals verwikkeld raakt, dan ben je de pineut. Alleen eten is ook geen enkel probleem, want de lunchtentjes en restaurants zijn ingericht op eenzame eters. Veel Japanners eten alleen, wonen alleen, reizen alleen. En ik voel me hier heel comfortabel. Ik kan bijna helemaal gaan en staan waar ik wil. Op dit moment zit ik in de trein naar Nagasaki. Op het moment van vetrek uit Hiroshima heb ik besloten dat ik daar heen zou gaan. En ik zag iets vreemds op de kaart. Één van de plaatsjes heet “Huis ten Bosch”. Daar ben ik nu eens nieuwsgierig naar.

A-Na-Be-Ru, onsen or drive?

Als ik in het dagelijks leven aan het werk ben, heet ik Ennebel, omdat ik met Amerikanen werk. Hier in Japan heet ik A-na-be-ru, omdat dat is hoe je mijn naam kan schrijven in Japanse tekens. Er zijn zo ontzettend veel Japanse tekens, je zou toch zeggen dat je ongelimiteerd woorden kan maken. Maar de “L” is er dus niet. En volgens mij hoort een Japanner het verschil ook niet zo erg, tussen ‘Ru’ en ‘L’. Dus, prima.

Onsen or drive

Afgelopen zondag heb ik met Etsuko en haar man doorgebracht. Lost in translation. In het autootje van de ene naar de andere bestemming, gewoon gaan zitten, geen idee waar je terecht komt. Ze heeft me geleerd hoe ik mijn naam moet schrijven, ze heeft me eten gegeven en snoepjes en sushi en in een hotel gestopt. Ze vroeg waar ik verder heen ging. Ik vertelde dat ik nog graag naar Unzen wilde. En toen was het woord “Onsen” gevallen, en daar wilde ze best mee naar toe nemen hoor! Wilde ik naar een Onsen? Dan gaan we toch naar een Onsen! Oeh, ze had al helemaal zin in een warm water bad. Maar de Onsen zijn zoals Nederlandse sauna’s. Poedeltje naakt in de hitte badderen. En ik dacht dat dit dametje van 76 toch echt wel een grapje moest maken. Want ze lachte er bij! En we reden de berg op, zeker niet naar een Onsen. Toch? Had ik nou ja gezegd?

Na de lunch vroeg ze: A-na-be-ru? Onsen or drive? Ik koos voor ‘drive’. Ik durf toch nog niet helemaal in mijn nakie. Ik ben blij dat ze het nog een keer vroeg. Blij dat mijn twijfel is overgekomen. En daarom heb ik die dag heel veel tempels gezien met meneer en mevrouw Amano.

Japans vertalen

Ik ben thuis al een aantal weken begonnen om de taal te proberen te leren, met DuoLingo, maar het valt vies tegen hoeveel ik daar van kan gebruiken nu ik hier ben. Ik heb maar één alfabet geleerd, en dan nog gebrekkig, maar er zijn er drie (Kana, Katakana en Hirangana) die door elkaar gebruikt worden. Dus het is niet zo dat ik nu een bord kan lezen. Kon ik het lezen, dan hielp dat nog niet, want ik spreek de taal niet.

Natuurlijk kan je apps gebruiken om te vertalen, maar die werken ook niet vlekkeloos. Ze kunnen heus wel woorden vertalen, maar de betekenis gaat verloren. En dat is nu net het deel dat je nodig hebt om te kunnen communiceren. Dat je in een andere cultuur bent, betekent ook dat de woorden die je kiest anders zijn. ‘Sumimasen’, betekent ‘sorry’ maar ook ‘hallo’ en ‘tot uw dienst’ en ‘excuseer’. Hier is een heel artikel over de verschillende woorden om je excuus aan te bieden in Japan. Het is heel belangrijk welk woord je kiest. Dat maakt het heel makkelijk om op te geven; ik snap het toch niet, laat ik maar gewoon Engels spreken, misschien snapt degene met wie ik praat hier en daar wat, maar dan loop ik in ieder geval niet het risico om het verkeerde woord te gebruiken.

Als iemand je begroet zeg je netjes wat terug

Soms betrap ik mezelf er op dat ik gewoon Nederlands terug praat tegen de winkelmedewerkers. Dat is vooral omdat ik heel graag iets terug wil zeggen. Het zit in me, als iemand je begroet, zeg je netjes wat terug. Dat is cultuur, dat wat je normaal vindt, dat wat natuurlijk voelt. Want toen ik het aan de receptioniste van het hostel waar ik verbleef vroeg, wat je terug kan zeggen als een winkelmedewerker je begroet met ‘Sumimasen’, zei ze: ehhhh… Na wat doorvragen lijkt het antwoord te zijn; je zegt niks terug: ‘that is actually kind of rude.’ Dat antwoord had ik niet verwacht. Als ik nu wat terug wil zeggen, zeg ik konichiwa, of ohaio, of konbanwa (hallo, goeiemorgen, goedenavond). (Denk ik).  

Dus als ik nou gewoon Nederlands spreek, dan kan niemand me verstaan, en dan hebben mensen toch het idee dat ik wat aardigs terug zeg. Dacht ik. Want vanmiddag kwam ik een Japanse gids tegen bij de Ginkaku-ji tempel die hele Nederlandse zinnen er uit ratelde. “En doe de groeten aan koningin Máxima!”, zei hij. “Want zij is heel mooi! En zij heeft drie dochters, Ariane, Alexia en Amalia.” En zo verder en zo voorts. Dus deze meneer weet wel de juiste woorden te vinden. Waardoor ik weer aangemoedigd ben om het Japans nog een keer een kans te geven.

Nieuwsgierigheid en toeval

Nieuwsgierigheid of toeval, het is niet hetzelfde. Ik ben op reis is om mijn nieuwsgierigheid te volgen, maar wat bedoel ik daar dan mee? Een paar dagen geleden was ik in de war wat nu eigenlijk de opdracht is die ik mezelf gegeven heb. Ik zag het kasteel van Osaka op een plaatje, en ben daar heen gegaan. Ik heb genavigeerd met Google maps. En ik dacht: ‘speel ik nu vals?’

Moet ik regels volgen? Moet ik elke straat nemen die me leuk lijkt? Kan ik alleen eten bij restaurants die ik toevallig tegen kom? Kan ik pas een hostel boeken als ik er ben en ze toevallig een bed vrij hebben? Als ik daar aan denk voelen de aankomende twee- en een halve week als een berg waar ik tegenop moet klimmen. Ik zie al die open data in mijn agenda, ik zie mogelijkheden en gemiste kansen. Druk op de ketel. Dat is volgens mij niet helemaal het idee van deze reis.

Wie gaat er nu op reis zonder plan?

Gister ontmoette ik een vriendin van de familie, Etsuko! 24 Jaar geleden was zij een paar keer in Nederland met een groep Japanse bloemisten, om de Nederlandse bloemsierkunst te leren. Mijn tante Ria, van Rinus de Ruyter Bloemisten, die meesterbindster (superbloemist) is, gaf ze les. Zij ging zelf ook naar Japan, voor de Japanse traditionele bloemsierkunst; de Ikebana. Hoe ze daar precies aan is gekomen weet ik eigenlijk niet, ik was een jaar of 10, dan onthoud je dat niet. Toen ik mijn tante vertelde dat ik naar Japan ging, zei ze: ‘Oh wat leuk! Dan kan je Etsuko opzoeken!’  

Ik ben langs gegaan bij de bloemenwinkel van Etsuko’s zoon: Ontembaar Deco. Geïnspireerd op het Nederlands! En dat in Japan! Leuk he. Maar de winkel was dicht en de zoon was er niet, en uit een klein autootje kwam een stem: ‘Annabel?’ Het was Etsuko! Ze nodigde me uit en we hebben samen geluncht in het bloemenwinkeltje. Supermarkt-sushi op de toonbank. Let wel, Japanse supermarkt-sushi. Dat is wel andere koek dan wat wij in Nederland hebben hoor. Echt heel leuk. Ze vroeg me naar mijn planning voor de komende dagen, en ik gaf het volgende op:

  • 9 januari – Koyasan
  • 10 januari – 26 Januari – ???
  • 27 januari – Vlucht terug vanaf Naha, Okinawa.

Verwarring. Uitleggen ging niet. Niet alleen vanwege de taalbarriere, maar het hele concept. Wie gaat er nou op reis, naar de andere kant van de wereld, zonder plan?  Ze was zo lief om me voor van alles uit te nodigen, een dagje Nara, samen eten, feestje in een izakaya, een nacht in een hotel. En ik had weer die verwarring. Is dit dan dat toeval dat op mijn pad komt? Is dit wat ik aan moet nemen als ik volgens de regels speel?

Wat is geaccepteerd in Japan?

Na het bezoekaan Estuko zit ik in de trein, onderweg naar mijn volgende bestemming, Koyasan, en ik twijfel ik over alles. De treinreis is geweldig. Natuur, bergen, riviertjes, kleine boerderijen, houten huizen, het is een boemeltje met panorama-uitzicht. Ik verblijf in Koyasan Kukuu Guesthouse. Het is hier zo rustig, mooi, een dorpje in de bergen gevuld met tempels en een enorme boeddhistische begraafplaats (Waar je ongeacht je religie een graf mag hebben). Ik vraag de Japanse eigenaar van het Guesthouse om advies. Wat is ok hier in Japan? Kan ik zomaar afzeggen? Kan ik nog terugkomen op de uitnodigingen?

En ik realiseer me, ik ben hier om keuzes te maken, niet om alles te accepteren wat op mijn pad komt. Je nieuwsgierigheid volgen betekent niet op alles ja zeggen. Ik wilde pauze, geen verplichtingen. Geen druk, geen andere mensen die zeggen wat je moet doen. Of zelfs; wat je zou kunnen doen. Dus ik ga zondag en maandag met lieve Etsuko op pad, haar zoon ontmoeten, en haar man. En dan ga ik maandag weer op weg. Verder naar het zuiden, waar ik nieuwsgierig naar ben!

Vers uit het vliegtuig

Ik ben er nu een dag. In Japan. Toen ik uit het vliegtuig kwam kon ik het eigenlijk niet geloven. Ik ben zo ver van mijn huis. Het is hier zo’n andere wereld. En het is zo ontzettend dubbel. Australië staat in brand, de aarde warmt op, en ik vervuil de wereld verder met de kerosine van deze megalange, en overigens volledig volgeboekte vlucht. Wist je trouwens dat een vliegreis nog veel schadelijker is voor het broeikaseffect omdat de gassen en stoffen op grote hoogte worden uitgestoten? En dat vliegtuigen echt wolken maken? En dat wolken dus ook het broeikaseffect verhogen?

Mijn vliegreis kost ongeveer 2700 kilo CO2 uitstoot. Beter maak ik er wat moois van.

Ik ben dus in Osaka geland, en na amper een oog dicht te hebben gedaan, de nacht van te voren of in het vliegtuig, kwam het allemaal nogal hard bij me binnen. Het hostel heb ik kunnen vinden, omdat ik slim genoeg was om de kaart van Osaka op mijn telefoon te downloaden voor ik weg ging. Een betrouwbare wifi sim kaart heb ik namelijk niet kunnen vinden. Of niet durven kopen. Of op bezuinigd. Een badhuis heb ik gevonden, maar daar heb ik ook nog niet in gedurfd. Eten heb ik gevonden, een slaapplek, een paraplu, een ov-chipkaart. Het komt goed.

Wat voor massagesalon?

Ik zag een youtubefilmpje, waarin iemand uitlegde hoe een Japans badhuis echt het beste idee is als je net uit het vliegtuig komt, en dat je dan lekker opgefrist in je hostel aan komt, vooral als je nog niet in kan checken. En ik snap het, ik kan het me helemaal voorstellen, maar dat durf ik nog niet helemaal vers uit het vliegtuig. Ik weet amper hoe ik mensen gedag moet zeggen in een winkel, hoe ga ik uitvogelen welk badhuis betrouwbaar is, en wanneer ik welke kleren moet uittrekken om in het juiste bad terecht te komen. Dat had ik van te voren kunnen uitzoeken. Maar ja, ik ga deze reis door het toeval laten leiden he..

Weet je hoe ontzettend moeilijk het is om de betrouwbaarheid van iets in te schatten als je de cultuur helemaal niet kent? Ik zou heel graag een nek- en schoudermassage willen na deze lange vlucht. Maar is deze massagesalon een beetje koosjer? Of staan die borden met Westerse letters buiten voor Engelssprekende toeristen die op zoek zijn naar een ander soort massage? Staat het er in het Japans, dan kan ik het sowieso niet lezen. De letters niet, de context niet, wat ze er serveren, of het een tourist trap is. Daarom zoeken mensen dingen van te voren uit he.. Maar ja, ik wilde zo nodig mijn nieuwsgierigheid volgen.

Japanse stereotypes

Verder heb ik op de eerste dag al de volgende Japanse stereotypes gevonden:

  • (meer dan een) capsule hotel
  • Een onsen / badhuis
  • Sushi op de lopende band (Deze plek had duidelijk niet de beste kwaliteit sushi in Japan)
  • Maid café (waar alle serveersters in schattige huishoudster pakjes lopen)
  • Kattencafé (of eigenlijk was dit een animal café, waar je naast katten ook capibara’s en egels kon aaien??? Ik ben niet naar binnen gegaan).
  • Speelhallen
  • 100-yen grijpmachine winkels
  • Vending machines (Waar ik een uiterst redelijke koffie uit haalde, warm, in een plastic fles)
  • Takoyaki, besteld uit een automaat, live voor me gemaakt, LEKKER.
  • Tempels door de hele stad
  • Mensen die naar je staren omdat je zo lang bent
  • Karaokebooths om af te huren met één vriend of vriendin
  • Robots die engels tegen je praten in winkels.

Toen ik in kon checken, heb ik even een uurtje geslapen. Ik zag in het hostel een foto van het kasteel van Osaka “by night”. Ik liep er heen, en werd beloond voor mijn nieuwsgierigheid.

PS. Wil je de filmpjes zien die ik maak tijdens mijn reis? Kijk hier op mijn instagram de korte filmpjes!

Ik maak me er makkelijk vanaf door naar Japan te gaan

Ik geef les in interculturele communicatie, op universitair niveau. Dat doe ik al zes jaar, en elk jaar leer ik bij, voornamelijk van mijn studenten. Het is een hele kwetsbare positie om voor de klas te staan. De groep reflecteert wat je uit stuurt. Ben je onzeker? Dan heb je de zekerheid dat geen student je gelooft en dat je net zo goed een verhaal over stikstof kan gaan staan te vertellen. Ben je heel zeker over de theorie die je de klas in stuurt? Dan kan je er van op aan dat studenten zelf niet meer de moeite gaan nemen om de theorie te overdenken. Het is makkelijker voor hen om gewoon te geloven wat jij zegt, en de vraag die je aan het einde van de les nog kan verwachten is: “krijgen we dit op het tentamen?”

Jij bent de ander niet

Het is dus zaak om de balans te vinden. Om studenten te inspireren, stimuleren en zelf kwetsbaar te zijn. Geef maar aan dat je het zelf ook niet zeker weet, maar dat er theoriën zijn die aardig overtuigend kunnen zijn. Er zijn wetenschappers die onderzoek hebben gedaan, en veel van de bevindingen die zij doen zou je kunnen herkennen.  Je zou bijvoorbeeld zelf kunnen herkennen dat er in feite geen “gulden regel” bestaat: Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Want jij bent de ander niet. De ander wil misschien heel graag met je praten in de metro naar je werk. Terwijl jij liever je podcast luistert. De ander vindt een hurktoilet zeer hygiënisch, omdat je dan niks aanraakt. Terwijl ik toch echt liever op een bril zit.

Ik heb toch liever een trein die te laat mag zijn

Over een paar weken ga ik naar Japan, alleen, met het doel om mijn nieuwsgierigheid te volgen. Om elke dag te starten met een open vizier, open hart en open wil om dingen mee te maken. En in feite maak ik me er makkelijk vanaf door naar een land te gaan waar werkelijk alles anders is. Hier in Nederland zijn we zeer individualistisch ingesteld; in Japan gaat het er om om onderdeel te zijn van een groep of collectief, en je acties te laten bepalen door anderen zo min mogelijk tot last te zijn. In Nederland zijn we gewend om zeer precies te zeggen wat we bedoelen, in Japan is het zo dat je als ontvanger verantwoordelijk bent voor het uitvogelen van de boodschap die naar je gezonden wordt. In Nederland telt de NS pas een trein als ‘vertraagd’ als hij meer dan 4 minuten en 59 seconden te laat is, in Japan is de gemiddelde vertraging van alle 160.000 treinritten in het hele jaar maar 12 seconden. 

Dat klinkt overigens zeer indrukwekkend, maar relatief gezien ben je in Nederland echt ontzettend op tijd met de treinen. In Frankrijk komt volgens het jaarverslag van de NS bijvoorbeeld maar 78% van de treinen enigszins op tijd aan. En dat is weer een goed voorbeeld uit mijn lessen interculturele communicatie, want zoals in Nederland de treinen niet inherent te laat zijn, zijn de Japanners niet inherent gesloten of indirect. Het is alleen zo in vergelijking met anderen. Het is kortom, maar net wat je gewend bent. Eigenlijk is dat het in het kort de definitie van cultuur: wat je verwacht, wat je gewend bent. Wat vind jij normaal?

Ignorance is bliss

En daarom is het eigenlijk zo’n makkelijke weg om helemaal naar Japan te gaan in het kader van interculturele communicatie. Omdat het zó ver weg is, en mensen zó ontzettend anders zijn; ze zien er anders uit, omgangsnormen zijn zo anders. Ze spreken een onbegrijpelijke taal waarvan je de letters niet eens kan lezen, sterker nog, het zijn niet eens letters. En daarom sta je als bezoeker sneller open voor het idee dat je er geen snars van gaat begrijpen, dat jouw waarheid misschien niet de waarheid van de ander is en dat je je best moet doen om beleefd te zijn. En dát vergemakkelijkt elke interactie. Ook die met je buurman in een cultuur die je kent. Ik heb zelf tot nu toe de meeste interculturele verwarring gehad met Vlamingen. Je spreekt dezelfde taal, je woont een paar kilometer van elkaar af, en dus heb je veel gemeen. Toch? Toch niet. Probeer een Vlaamse politieagent maar eens te overtuigen dat hij je geen boete hoeft te geven. Krijg je een dubbele. Nouja, ik tenminste.

.

Ik heb geen idee waarom ik over drie dagen naar Japan ga

Familie en vrienden vragen mij de afgelopen weken waarom ik naar Japan ga, waarom ik alleen ga, en wat ik daar ga doen. En ik weet het antwoord niet. Maar ik ga aanstaande maandag.

Ik ga er heen omdat ik dat wil. Dat klinkt nogal gewoontjes, maar dat is het niet voor mij. Ik weet namelijk niet vaak wat ik wil. Lange tijd heb ik geloofd dat ik geen intuïtie heb. Dat ik geen intern kompas heb die de weg wijst. Meestal ben ik ook tevreden met wat ik heb. Ik ben niet iemand die een groter huis wil, een dure bank of een nieuw paar schoenen. Het zijn anderen die me er op wijzen dat mijn schoenen nu toch wel erg versleten zijn, en dat ik beter nieuwe kan gaan kopen. Daarbij vind ik de meeste schoenen ook al snel goed genoeg. Meer dan vier paar schoenen passen vind ik te veel moeite. In ieder geval, ik dwaal af.

Waarom wil je eigenlijk kinderen?

Over deze reis is het heel duidelijk dat ik het wil, en daarom ga ik het doen ook. Ik heb wel eens aan een goede vriendin gevraagd, uit interesse; “Waarom wil je eigenlijk kinderen?” En zij antwoordde ook eerlijk; “Ik weet het niet, ik kan het niet uitleggen, ik wil het gewoon.” Hoe heerlijk moet het zijn om zulke duidelijke keuzes te kunnen maken. Dat heb ik nooit gehad met kinderen. Ik heb zelfs een moment genomen om mijn ouders te vertellen; “ik denk niet dat ik kinderen ga krijgen.” Want voor hen vind ik dat het ergst. Zij zouden een geweldige opa en oma zijn. Dus ik ga oefenen met weten wat ik wil, in een vreemd land, een onbekende omgeving, en alle vrijheid om te gaan en staan waar ik wil. Waar ik me kan veroorloven, bedoel ik.

Echte kunstenaars luisteren naar het universum

Ten slotte heb ik begrepen dat creatieven die echt goed werk maken doen wat ze voelen, wat ze willen, waar ze zich tot aangetrokken voelen en wat het universum hun aanreikt. Dit heb ik geleerd van schrijvers zoals Elizabeth Gilbert en Julia Cameron. En ik kan het hele jaar werken, maar in januari heb ik nooit werk. Dus laat ik het eens proberen, te doen wat ik wil. Het zou zo maar kunnen dat ik tot creatief werk kom dat kan verkopen, omdat ik maak wat het universum voor me heeft voorbereid. Mocht het niet zo zijn, dan ga ik toch naar Japan. Altijd winst.

Naast deze zeer persoonlijke bekentenissen is er nog een extra moeilijkheidsgraad: deze dingen hardop zeggen. “Ik ga naar Japan omdat ik dat heel graag wil.” En “Ik volg wat het universum me vertelt.” Jaha, vertel dat maar eens aan je schoonouders. “Ik ga naar Japan, met het plan om me daar te laten leiden door mijn nieuwsgierigheid.” Weer een les van Liz Gilbert; weet je niet wat je passie is? Volg dan gewoon je nieuwsgierigheid. Ik heb niets geboekt, behalve de eerste twee nachten in een hostel. Daarnaast heb ik een Japan Rail Pass gekocht, die ik een willekeurige periode van 7 dagen binnen de 21 dagen dat ik daar zal zijn in kan zetten. Want het geld groeit me ook niet op mijn rug. Ik weet natuurlijk ook waar ik land (Osaka), en vanwaar ik vertrek (Naha). Dus voor mijn vertrekdatum zal ik op het juiste vliegveld moeten aankomen. Ik geloof dat er iets van een ferry naar mij eindbestemming gaat die 26 uur duurt. Ik weet niet, ik zie wel.

Drie weken op een Japans perron staan twijfelen

Het helpt ook dat ik alleen ga. Misschien had ik het helemaal niet erg gevonden om mijn hele reis te plannen, en van te voren te bekijken, als ik samen met iemand anders zou gaan. Maar daar hing voor mij niet vanaf of ik zou gaan of niet. Ik zou gaan. Ik ga. Maandag. Als je alleen gaat ben je vrij om te gaan en staan waar je wil. Om in een seconde te beslissen of je op de volgende trein stapt, of toch niet. Het is natuurlijk ook eenzaam, je kan met niemand overleggen of je nu eens op die trein zal stappen. Ik ga me vast en zeker eenzaam en alleen voelen. Misschien is dat deel van de uitdaging waar ik naar op zoek ben. Misschien zou ik wel moeten zeggen: “Ik ga naar Japan omdat ik dat graag wil. Ik ga alleen, ik ga er heen met het doel om mijn nieuwsgierigheid te volgen. Ik ga er elke dag schrijven.” Zie je, ik weet het antwoord wel.

Twee boeken die ik aanraadt, over het volgen van het universum:
Elizabeth Gilbert – Big Magic
Julia Cameron – The Artist’s Way