A-Na-Be-Ru, onsen or drive?

Als ik in het dagelijks leven aan het werk ben, heet ik Ennebel, omdat ik met Amerikanen werk. Hier in Japan heet ik A-na-be-ru, omdat dat is hoe je mijn naam kan schrijven in Japanse tekens. Er zijn zo ontzettend veel Japanse tekens, je zou toch zeggen dat je ongelimiteerd woorden kan maken. Maar de “L” is er dus niet. En volgens mij hoort een Japanner het verschil ook niet zo erg, tussen ‘Ru’ en ‘L’. Dus, prima.

Onsen or drive

Afgelopen zondag heb ik met Etsuko en haar man doorgebracht. Lost in translation. In het autootje van de ene naar de andere bestemming, gewoon gaan zitten, geen idee waar je terecht komt. Ze heeft me geleerd hoe ik mijn naam moet schrijven, ze heeft me eten gegeven en snoepjes en sushi en in een hotel gestopt. Ze vroeg waar ik verder heen ging. Ik vertelde dat ik nog graag naar Unzen wilde. En toen was het woord “Onsen” gevallen, en daar wilde ze best mee naar toe nemen hoor! Wilde ik naar een Onsen? Dan gaan we toch naar een Onsen! Oeh, ze had al helemaal zin in een warm water bad. Maar de Onsen zijn zoals Nederlandse sauna’s. Poedeltje naakt in de hitte badderen. En ik dacht dat dit dametje van 76 toch echt wel een grapje moest maken. Want ze lachte er bij! En we reden de berg op, zeker niet naar een Onsen. Toch? Had ik nou ja gezegd?

Na de lunch vroeg ze: A-na-be-ru? Onsen or drive? Ik koos voor ‘drive’. Ik durf toch nog niet helemaal in mijn nakie. Ik ben blij dat ze het nog een keer vroeg. Blij dat mijn twijfel is overgekomen. En daarom heb ik die dag heel veel tempels gezien met meneer en mevrouw Amano.

Japans vertalen

Ik ben thuis al een aantal weken begonnen om de taal te proberen te leren, met DuoLingo, maar het valt vies tegen hoeveel ik daar van kan gebruiken nu ik hier ben. Ik heb maar één alfabet geleerd, en dan nog gebrekkig, maar er zijn er drie (Kana, Katakana en Hirangana) die door elkaar gebruikt worden. Dus het is niet zo dat ik nu een bord kan lezen. Kon ik het lezen, dan hielp dat nog niet, want ik spreek de taal niet.

Natuurlijk kan je apps gebruiken om te vertalen, maar die werken ook niet vlekkeloos. Ze kunnen heus wel woorden vertalen, maar de betekenis gaat verloren. En dat is nu net het deel dat je nodig hebt om te kunnen communiceren. Dat je in een andere cultuur bent, betekent ook dat de woorden die je kiest anders zijn. ‘Sumimasen’, betekent ‘sorry’ maar ook ‘hallo’ en ‘tot uw dienst’ en ‘excuseer’. Hier is een heel artikel over de verschillende woorden om je excuus aan te bieden in Japan. Het is heel belangrijk welk woord je kiest. Dat maakt het heel makkelijk om op te geven; ik snap het toch niet, laat ik maar gewoon Engels spreken, misschien snapt degene met wie ik praat hier en daar wat, maar dan loop ik in ieder geval niet het risico om het verkeerde woord te gebruiken.

Als iemand je begroet zeg je netjes wat terug

Soms betrap ik mezelf er op dat ik gewoon Nederlands terug praat tegen de winkelmedewerkers. Dat is vooral omdat ik heel graag iets terug wil zeggen. Het zit in me, als iemand je begroet, zeg je netjes wat terug. Dat is cultuur, dat wat je normaal vindt, dat wat natuurlijk voelt. Want toen ik het aan de receptioniste van het hostel waar ik verbleef vroeg, wat je terug kan zeggen als een winkelmedewerker je begroet met ‘Sumimasen’, zei ze: ehhhh… Na wat doorvragen lijkt het antwoord te zijn; je zegt niks terug: ‘that is actually kind of rude.’ Dat antwoord had ik niet verwacht. Als ik nu wat terug wil zeggen, zeg ik konichiwa, of ohaio, of konbanwa (hallo, goeiemorgen, goedenavond). (Denk ik).  

Dus als ik nou gewoon Nederlands spreek, dan kan niemand me verstaan, en dan hebben mensen toch het idee dat ik wat aardigs terug zeg. Dacht ik. Want vanmiddag kwam ik een Japanse gids tegen bij de Ginkaku-ji tempel die hele Nederlandse zinnen er uit ratelde. “En doe de groeten aan koningin Máxima!”, zei hij. “Want zij is heel mooi! En zij heeft drie dochters, Ariane, Alexia en Amalia.” En zo verder en zo voorts. Dus deze meneer weet wel de juiste woorden te vinden. Waardoor ik weer aangemoedigd ben om het Japans nog een keer een kans te geven.

Nieuwsgierigheid en toeval

Nieuwsgierigheid of toeval, het is niet hetzelfde. Ik ben op reis is om mijn nieuwsgierigheid te volgen, maar wat bedoel ik daar dan mee? Een paar dagen geleden was ik in de war wat nu eigenlijk de opdracht is die ik mezelf gegeven heb. Ik zag het kasteel van Osaka op een plaatje, en ben daar heen gegaan. Ik heb genavigeerd met Google maps. En ik dacht: ‘speel ik nu vals?’

Moet ik regels volgen? Moet ik elke straat nemen die me leuk lijkt? Kan ik alleen eten bij restaurants die ik toevallig tegen kom? Kan ik pas een hostel boeken als ik er ben en ze toevallig een bed vrij hebben? Als ik daar aan denk voelen de aankomende twee- en een halve week als een berg waar ik tegenop moet klimmen. Ik zie al die open data in mijn agenda, ik zie mogelijkheden en gemiste kansen. Druk op de ketel. Dat is volgens mij niet helemaal het idee van deze reis.

Wie gaat er nu op reis zonder plan?

Gister ontmoette ik een vriendin van de familie, Etsuko! 24 Jaar geleden was zij een paar keer in Nederland met een groep Japanse bloemisten, om de Nederlandse bloemsierkunst te leren. Mijn tante Ria, van Rinus de Ruyter Bloemisten, die meesterbindster (superbloemist) is, gaf ze les. Zij ging zelf ook naar Japan, voor de Japanse traditionele bloemsierkunst; de Ikebana. Hoe ze daar precies aan is gekomen weet ik eigenlijk niet, ik was een jaar of 10, dan onthoud je dat niet. Toen ik mijn tante vertelde dat ik naar Japan ging, zei ze: ‘Oh wat leuk! Dan kan je Etsuko opzoeken!’  

Ik ben langs gegaan bij de bloemenwinkel van Etsuko’s zoon: Ontembaar Deco. Geïnspireerd op het Nederlands! En dat in Japan! Leuk he. Maar de winkel was dicht en de zoon was er niet, en uit een klein autootje kwam een stem: ‘Annabel?’ Het was Etsuko! Ze nodigde me uit en we hebben samen geluncht in het bloemenwinkeltje. Supermarkt-sushi op de toonbank. Let wel, Japanse supermarkt-sushi. Dat is wel andere koek dan wat wij in Nederland hebben hoor. Echt heel leuk. Ze vroeg me naar mijn planning voor de komende dagen, en ik gaf het volgende op:

  • 9 januari – Koyasan
  • 10 januari – 26 Januari – ???
  • 27 januari – Vlucht terug vanaf Naha, Okinawa.

Verwarring. Uitleggen ging niet. Niet alleen vanwege de taalbarriere, maar het hele concept. Wie gaat er nou op reis, naar de andere kant van de wereld, zonder plan?  Ze was zo lief om me voor van alles uit te nodigen, een dagje Nara, samen eten, feestje in een izakaya, een nacht in een hotel. En ik had weer die verwarring. Is dit dan dat toeval dat op mijn pad komt? Is dit wat ik aan moet nemen als ik volgens de regels speel?

Wat is geaccepteerd in Japan?

Na het bezoekaan Estuko zit ik in de trein, onderweg naar mijn volgende bestemming, Koyasan, en ik twijfel ik over alles. De treinreis is geweldig. Natuur, bergen, riviertjes, kleine boerderijen, houten huizen, het is een boemeltje met panorama-uitzicht. Ik verblijf in Koyasan Kukuu Guesthouse. Het is hier zo rustig, mooi, een dorpje in de bergen gevuld met tempels en een enorme boeddhistische begraafplaats (Waar je ongeacht je religie een graf mag hebben). Ik vraag de Japanse eigenaar van het Guesthouse om advies. Wat is ok hier in Japan? Kan ik zomaar afzeggen? Kan ik nog terugkomen op de uitnodigingen?

En ik realiseer me, ik ben hier om keuzes te maken, niet om alles te accepteren wat op mijn pad komt. Je nieuwsgierigheid volgen betekent niet op alles ja zeggen. Ik wilde pauze, geen verplichtingen. Geen druk, geen andere mensen die zeggen wat je moet doen. Of zelfs; wat je zou kunnen doen. Dus ik ga zondag en maandag met lieve Etsuko op pad, haar zoon ontmoeten, en haar man. En dan ga ik maandag weer op weg. Verder naar het zuiden, waar ik nieuwsgierig naar ben!

Vers uit het vliegtuig

Ik ben er nu een dag. In Japan. Toen ik uit het vliegtuig kwam kon ik het eigenlijk niet geloven. Ik ben zo ver van mijn huis. Het is hier zo’n andere wereld. En het is zo ontzettend dubbel. Australië staat in brand, de aarde warmt op, en ik vervuil de wereld verder met de kerosine van deze megalange, en overigens volledig volgeboekte vlucht. Wist je trouwens dat een vliegreis nog veel schadelijker is voor het broeikaseffect omdat de gassen en stoffen op grote hoogte worden uitgestoten? En dat vliegtuigen echt wolken maken? En dat wolken dus ook het broeikaseffect verhogen?

Mijn vliegreis kost ongeveer 2700 kilo CO2 uitstoot. Beter maak ik er wat moois van.

Ik ben dus in Osaka geland, en na amper een oog dicht te hebben gedaan, de nacht van te voren of in het vliegtuig, kwam het allemaal nogal hard bij me binnen. Het hostel heb ik kunnen vinden, omdat ik slim genoeg was om de kaart van Osaka op mijn telefoon te downloaden voor ik weg ging. Een betrouwbare wifi sim kaart heb ik namelijk niet kunnen vinden. Of niet durven kopen. Of op bezuinigd. Een badhuis heb ik gevonden, maar daar heb ik ook nog niet in gedurfd. Eten heb ik gevonden, een slaapplek, een paraplu, een ov-chipkaart. Het komt goed.

Wat voor massagesalon?

Ik zag een youtubefilmpje, waarin iemand uitlegde hoe een Japans badhuis echt het beste idee is als je net uit het vliegtuig komt, en dat je dan lekker opgefrist in je hostel aan komt, vooral als je nog niet in kan checken. En ik snap het, ik kan het me helemaal voorstellen, maar dat durf ik nog niet helemaal vers uit het vliegtuig. Ik weet amper hoe ik mensen gedag moet zeggen in een winkel, hoe ga ik uitvogelen welk badhuis betrouwbaar is, en wanneer ik welke kleren moet uittrekken om in het juiste bad terecht te komen. Dat had ik van te voren kunnen uitzoeken. Maar ja, ik ga deze reis door het toeval laten leiden he..

Weet je hoe ontzettend moeilijk het is om de betrouwbaarheid van iets in te schatten als je de cultuur helemaal niet kent? Ik zou heel graag een nek- en schoudermassage willen na deze lange vlucht. Maar is deze massagesalon een beetje koosjer? Of staan die borden met Westerse letters buiten voor Engelssprekende toeristen die op zoek zijn naar een ander soort massage? Staat het er in het Japans, dan kan ik het sowieso niet lezen. De letters niet, de context niet, wat ze er serveren, of het een tourist trap is. Daarom zoeken mensen dingen van te voren uit he.. Maar ja, ik wilde zo nodig mijn nieuwsgierigheid volgen.

Japanse stereotypes

Verder heb ik op de eerste dag al de volgende Japanse stereotypes gevonden:

  • (meer dan een) capsule hotel
  • Een onsen / badhuis
  • Sushi op de lopende band (Deze plek had duidelijk niet de beste kwaliteit sushi in Japan)
  • Maid café (waar alle serveersters in schattige huishoudster pakjes lopen)
  • Kattencafé (of eigenlijk was dit een animal café, waar je naast katten ook capibara’s en egels kon aaien??? Ik ben niet naar binnen gegaan).
  • Speelhallen
  • 100-yen grijpmachine winkels
  • Vending machines (Waar ik een uiterst redelijke koffie uit haalde, warm, in een plastic fles)
  • Takoyaki, besteld uit een automaat, live voor me gemaakt, LEKKER.
  • Tempels door de hele stad
  • Mensen die naar je staren omdat je zo lang bent
  • Karaokebooths om af te huren met één vriend of vriendin
  • Robots die engels tegen je praten in winkels.

Toen ik in kon checken, heb ik even een uurtje geslapen. Ik zag in het hostel een foto van het kasteel van Osaka “by night”. Ik liep er heen, en werd beloond voor mijn nieuwsgierigheid.

PS. Wil je de filmpjes zien die ik maak tijdens mijn reis? Kijk hier op mijn instagram de korte filmpjes!

Ik maak me er makkelijk vanaf door naar Japan te gaan

Ik geef les in interculturele communicatie, op universitair niveau. Dat doe ik al zes jaar, en elk jaar leer ik bij, voornamelijk van mijn studenten. Het is een hele kwetsbare positie om voor de klas te staan. De groep reflecteert wat je uit stuurt. Ben je onzeker? Dan heb je de zekerheid dat geen student je gelooft en dat je net zo goed een verhaal over stikstof kan gaan staan te vertellen. Ben je heel zeker over de theorie die je de klas in stuurt? Dan kan je er van op aan dat studenten zelf niet meer de moeite gaan nemen om de theorie te overdenken. Het is makkelijker voor hen om gewoon te geloven wat jij zegt, en de vraag die je aan het einde van de les nog kan verwachten is: “krijgen we dit op het tentamen?”

Jij bent de ander niet

Het is dus zaak om de balans te vinden. Om studenten te inspireren, stimuleren en zelf kwetsbaar te zijn. Geef maar aan dat je het zelf ook niet zeker weet, maar dat er theoriën zijn die aardig overtuigend kunnen zijn. Er zijn wetenschappers die onderzoek hebben gedaan, en veel van de bevindingen die zij doen zou je kunnen herkennen.  Je zou bijvoorbeeld zelf kunnen herkennen dat er in feite geen “gulden regel” bestaat: Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Want jij bent de ander niet. De ander wil misschien heel graag met je praten in de metro naar je werk. Terwijl jij liever je podcast luistert. De ander vindt een hurktoilet zeer hygiënisch, omdat je dan niks aanraakt. Terwijl ik toch echt liever op een bril zit.

Ik heb toch liever een trein die te laat mag zijn

Over een paar weken ga ik naar Japan, alleen, met het doel om mijn nieuwsgierigheid te volgen. Om elke dag te starten met een open vizier, open hart en open wil om dingen mee te maken. En in feite maak ik me er makkelijk vanaf door naar een land te gaan waar werkelijk alles anders is. Hier in Nederland zijn we zeer individualistisch ingesteld; in Japan gaat het er om om onderdeel te zijn van een groep of collectief, en je acties te laten bepalen door anderen zo min mogelijk tot last te zijn. In Nederland zijn we gewend om zeer precies te zeggen wat we bedoelen, in Japan is het zo dat je als ontvanger verantwoordelijk bent voor het uitvogelen van de boodschap die naar je gezonden wordt. In Nederland telt de NS pas een trein als ‘vertraagd’ als hij meer dan 4 minuten en 59 seconden te laat is, in Japan is de gemiddelde vertraging van alle 160.000 treinritten in het hele jaar maar 12 seconden. 

Dat klinkt overigens zeer indrukwekkend, maar relatief gezien ben je in Nederland echt ontzettend op tijd met de treinen. In Frankrijk komt volgens het jaarverslag van de NS bijvoorbeeld maar 78% van de treinen enigszins op tijd aan. En dat is weer een goed voorbeeld uit mijn lessen interculturele communicatie, want zoals in Nederland de treinen niet inherent te laat zijn, zijn de Japanners niet inherent gesloten of indirect. Het is alleen zo in vergelijking met anderen. Het is kortom, maar net wat je gewend bent. Eigenlijk is dat het in het kort de definitie van cultuur: wat je verwacht, wat je gewend bent. Wat vind jij normaal?

Ignorance is bliss

En daarom is het eigenlijk zo’n makkelijke weg om helemaal naar Japan te gaan in het kader van interculturele communicatie. Omdat het zó ver weg is, en mensen zó ontzettend anders zijn; ze zien er anders uit, omgangsnormen zijn zo anders. Ze spreken een onbegrijpelijke taal waarvan je de letters niet eens kan lezen, sterker nog, het zijn niet eens letters. En daarom sta je als bezoeker sneller open voor het idee dat je er geen snars van gaat begrijpen, dat jouw waarheid misschien niet de waarheid van de ander is en dat je je best moet doen om beleefd te zijn. En dát vergemakkelijkt elke interactie. Ook die met je buurman in een cultuur die je kent. Ik heb zelf tot nu toe de meeste interculturele verwarring gehad met Vlamingen. Je spreekt dezelfde taal, je woont een paar kilometer van elkaar af, en dus heb je veel gemeen. Toch? Toch niet. Probeer een Vlaamse politieagent maar eens te overtuigen dat hij je geen boete hoeft te geven. Krijg je een dubbele. Nouja, ik tenminste.

.

Ik heb geen idee waarom ik over drie dagen naar Japan ga

Familie en vrienden vragen mij de afgelopen weken waarom ik naar Japan ga, waarom ik alleen ga, en wat ik daar ga doen. En ik weet het antwoord niet. Maar ik ga aanstaande maandag.

Ik ga er heen omdat ik dat wil. Dat klinkt nogal gewoontjes, maar dat is het niet voor mij. Ik weet namelijk niet vaak wat ik wil. Lange tijd heb ik geloofd dat ik geen intuïtie heb. Dat ik geen intern kompas heb die de weg wijst. Meestal ben ik ook tevreden met wat ik heb. Ik ben niet iemand die een groter huis wil, een dure bank of een nieuw paar schoenen. Het zijn anderen die me er op wijzen dat mijn schoenen nu toch wel erg versleten zijn, en dat ik beter nieuwe kan gaan kopen. Daarbij vind ik de meeste schoenen ook al snel goed genoeg. Meer dan vier paar schoenen passen vind ik te veel moeite. In ieder geval, ik dwaal af.

Waarom wil je eigenlijk kinderen?

Over deze reis is het heel duidelijk dat ik het wil, en daarom ga ik het doen ook. Ik heb wel eens aan een goede vriendin gevraagd, uit interesse; “Waarom wil je eigenlijk kinderen?” En zij antwoordde ook eerlijk; “Ik weet het niet, ik kan het niet uitleggen, ik wil het gewoon.” Hoe heerlijk moet het zijn om zulke duidelijke keuzes te kunnen maken. Dat heb ik nooit gehad met kinderen. Ik heb zelfs een moment genomen om mijn ouders te vertellen; “ik denk niet dat ik kinderen ga krijgen.” Want voor hen vind ik dat het ergst. Zij zouden een geweldige opa en oma zijn. Dus ik ga oefenen met weten wat ik wil, in een vreemd land, een onbekende omgeving, en alle vrijheid om te gaan en staan waar ik wil. Waar ik me kan veroorloven, bedoel ik.

Echte kunstenaars luisteren naar het universum

Ten slotte heb ik begrepen dat creatieven die echt goed werk maken doen wat ze voelen, wat ze willen, waar ze zich tot aangetrokken voelen en wat het universum hun aanreikt. Dit heb ik geleerd van schrijvers zoals Elizabeth Gilbert en Julia Cameron. En ik kan het hele jaar werken, maar in januari heb ik nooit werk. Dus laat ik het eens proberen, te doen wat ik wil. Het zou zo maar kunnen dat ik tot creatief werk kom dat kan verkopen, omdat ik maak wat het universum voor me heeft voorbereid. Mocht het niet zo zijn, dan ga ik toch naar Japan. Altijd winst.

Naast deze zeer persoonlijke bekentenissen is er nog een extra moeilijkheidsgraad: deze dingen hardop zeggen. “Ik ga naar Japan omdat ik dat heel graag wil.” En “Ik volg wat het universum me vertelt.” Jaha, vertel dat maar eens aan je schoonouders. “Ik ga naar Japan, met het plan om me daar te laten leiden door mijn nieuwsgierigheid.” Weer een les van Liz Gilbert; weet je niet wat je passie is? Volg dan gewoon je nieuwsgierigheid. Ik heb niets geboekt, behalve de eerste twee nachten in een hostel. Daarnaast heb ik een Japan Rail Pass gekocht, die ik een willekeurige periode van 7 dagen binnen de 21 dagen dat ik daar zal zijn in kan zetten. Want het geld groeit me ook niet op mijn rug. Ik weet natuurlijk ook waar ik land (Osaka), en vanwaar ik vertrek (Naha). Dus voor mijn vertrekdatum zal ik op het juiste vliegveld moeten aankomen. Ik geloof dat er iets van een ferry naar mij eindbestemming gaat die 26 uur duurt. Ik weet niet, ik zie wel.

Drie weken op een Japans perron staan twijfelen

Het helpt ook dat ik alleen ga. Misschien had ik het helemaal niet erg gevonden om mijn hele reis te plannen, en van te voren te bekijken, als ik samen met iemand anders zou gaan. Maar daar hing voor mij niet vanaf of ik zou gaan of niet. Ik zou gaan. Ik ga. Maandag. Als je alleen gaat ben je vrij om te gaan en staan waar je wil. Om in een seconde te beslissen of je op de volgende trein stapt, of toch niet. Het is natuurlijk ook eenzaam, je kan met niemand overleggen of je nu eens op die trein zal stappen. Ik ga me vast en zeker eenzaam en alleen voelen. Misschien is dat deel van de uitdaging waar ik naar op zoek ben. Misschien zou ik wel moeten zeggen: “Ik ga naar Japan omdat ik dat graag wil. Ik ga alleen, ik ga er heen met het doel om mijn nieuwsgierigheid te volgen. Ik ga er elke dag schrijven.” Zie je, ik weet het antwoord wel.

Twee boeken die ik aanraadt, over het volgen van het universum:
Elizabeth Gilbert – Big Magic
Julia Cameron – The Artist’s Way

Broedmachine en de gouden eieren

Ik ben mede-oprichter van de Beverwijkse broedplaats Broedmachine. Het is een super creatieve organisatie, met interessante uitdagingen en complexiteiten. Daar over schreef ik deze blog: Broedmachine en de gouden eieren.

 

Ik ben in China!

Foto’s zeggen meer dan 1000 woorden, daar moest ik aan denken toen ik deze foto’s terugzag van vorig jaar. Op weg naar de bruiloft van mijn nichtje moesten we overstappen in Xiamen in China. Daar hadden we 12 uur de tijd om de stad te verkennen. En ik vond het zo. ontzettend. leuk.  Dat kan je niet ontkennen als je deze foto’s ziet:

 

Ik wens meer van deze enthousiaste momenten in 2019, ook voor jou!

Avond van de Miskleun

Successen, winnaars en goede momenten, je komt ze zooo vaak tegen. Mensen delen goed nieuws maar al te graag. Aan zo’n succes zijn natuurlijk heel veel faalmomenten vooraf gegaan. En dat is goed! Het is zelfs het nieuwe start-up cliché, faal veel, faal snel, daar leer je van, en zo kan je weer verder. Wijzer, beter en een ervaring rijker.

Fail Fast, Fail Often
Fail Fast, Fail Often, een bestseller van Ryan Babineaux en John Krumboltz

 

Wij willen iedereen aanmoedigen om vaker faalmomenten te delen, en daarom organiseert ANNNA op 21 januari de Avond van de Miskleun in de Broedmachine. Op deze avond delen vier sprekers een misser, een faalmoment, een foutje bedankt met het puliek. Kaartjes zijn tien euro, en dat is inclusief een consumptie, vier missers en een gezellige avond. Zien we je daar?

Het zebra dilemma

Ik geef les in interculturele communicatie. Als bijwerking van dit beroep probeer ik me vaak in anderen in te leven. Bijvoorbeeld in toeristen in de stad.

En dan kom ik vaak bij dit dilemma:

Wat te doen met de toerist en het zebrapad?

Stel; je zit op de fiets. Je fiets bijvoorbeeld achter het Centraal Station van Amsterdam. Je komt bij een zebrapad, en daar staat iemand op het punt om over te steken. Je denkt dat het een toerist is. Het is bijvoorbeeld iemand met een rolkoffertje en tennisschoenen. Of het is iemand die het volste vertrouwen heeft in de werking van het zebrapad, daar kan je toeristen ook heel goed aan herkennen. Wat doe je? Afremmen? Of rij je door?

Ik bedoel het allemaal heel goed en behulpzaam voor mijn medemens. Dit is waarschijnlijk deel van mijn probleem, maar goed, ik wil dat even vooropstellen. Iemand die zich niet zo in anderen inleeft, heeft dit dilemma gewoon niet.

Het punt is, als je stopt, versterk je het vertrouwen van je medemens in het zebrapad. En dan lopen ze bij de volgende oversteekplaats waarschijnlijk keihard tegen een fiets aan. Je bent toch een soort van de eerste kennismaking met de stad. Want waarom zouden die mensen anders uit het Centraal Station komen. Je kan ook zeggen: waarom zouden die mensen anders zo veel vertrouwen hebben in het zebrapad? Beter weten die mensen meteen dat het zo niet gaat in Amsterdam. Fieters zijn koning.

Rij je door, dan rij je die arme mensen bijna van hun sokken. En dan zijn ze bang, en boos, en ik, ik hou me niet aan de wet. Soms zijn het oude dametjes, of oude heertjes, of mensen met een hondje. Ik pleeg een strafbaar feit. Ik doe iets wat niet mag. En dat vind ik ontzettend lastig.

Ooit sprak ik een CIA-agent. Dit ook dankzij mijn docentschap in interculturele communicatie. Het Amerikaans Consulaat is vaak een bestemming voor een excursie voor een groep studenten, en die agent, die was daar toevallig. Hij zei: “de grootste reden waarom Amerikanen naar het consulaat komen zijn; ze zijn geskimd,  of ze zijn aangereden door een fiets.” En daar denken Amerikanen niet aan he! Ze denken drugs, prostitutie, criminelen, Amsterdam! Ze denken aan alles, behalve aan fietsverkeer.

Eigenlijk doe ik juist het goede! Ik bescherm de toerist tegen ongelukken in de toekomst! Door door te rijden, waarschuw ik ze. Fietsers zijn gevaarlijk. Zebrapaden zijn geen garantie. Of is dit een smoes. Laat ik me meesleuren met de algehele Amsterdamse fietsende bende. Ben ik iemand die ook in de sloot springt als Jantje in de sloot springt. Kan ik wel mijn eigen mening vormen? Wat is mijn identiteit? Wie ben ik?

Herken jij dit dilemma?